Financieel Deltaplan met Haarscheuren

Een vergaand financieel deltaplan verscheen in het NRC van 24 april 2012: ‘Reddingsplan voor de hypotheekberg’, door Arnoud Boot en Lans Bovenberg. Het artikel is ook te vinden op de economensite Me Judice.

In hun reddingsplan voor de hypotheekberg gaan hoogleraren Arnoud Boot en Lans Bovenberg er ten onrechte van uit dat met het schuiven met hypotheekportefeuilles het risico ervan verdwijnt. Dat is niet het geval. Systematisch risico is niet reduceerbaar. Uiteindelijk is het de overheid die in dit plan het risico overneemt van de banken (via de pensioenfondsen) en de banken zijn de lachende derde. Een nieuwe vorm van impliciete staatssteun voor de banken die het gelijke speelveld doorbreekt en het is zeer de vraag of Brussel hiermee akkoord zal gaan.

Voor en na

Laten wij eerst het reddingsplan nader bekijken. Er is in feite sprake van twee situaties: een uitgangssituatie en een toekomstige situatie, na de invoering van het reddingsplan.

In de uitgangssituatie zijn er twee entiteiten, het pensioenfonds en de bank (opgevat als collectiva). Het pensioenfonds heeft volgens de auteurs actief op de balans beleggingen en EUR 300 miljard aan liquiditeit. Passief op de balans staan bufferkapitaal en een reserve (R1) voor te betalen belasting en een reserve (R2) voor te betalen (netto) pensioenen. Er moet volgens dit plan ongeveer gelden dat de post aan liquiditeit gelijk is aan de reserve R1.

In de toekomstige situatie, dus na de invoering van het plan, is sprake van 3 entiteiten: pensioenfonds, bank en een Special Purpose Vehicle (SPV).

In het plan koopt het pensioenfonds de hypotheken van de bank. Vervolgens brengt het pensioenfonds de hypotheken onder in een SPV. Ook de reserve R1 wordt overgedragen aan de SPV. Hier zal nog veel techniek bij komen kijken, die er uiteindelijk toe leidt dat met de rente en aflossingen op de hypotheken de belasting aan de overheid wordt betaald. De vraag of de overheid ermee akkoord gaat dat haar claim op een pensioenfonds wordt omgezet in een claim op een SPV, daar komen we zo op.

De bank heeft zo de hypotheken van de balans gebracht. Dit betekent direct dat de risicogewogen kapitaalsratio’s verbeteren; hypotheken hebben immers kredietrisico en deze zijn door de deal omgezet naar cash, dat geen kredietrisico heeft. Wij zijn het dus eens dat de situatie gunstig is voor de solvabiliteit (en de liquiditeit) van de banken. Een voorbeeld is uitgewerkt in Figuur 1, waarin de bancaire Common Equity Tier 1 ratio verbetert van 7.1% naar 12.5%.

Wie draagt risico?

Waar wringt nu de schoen? Mijn bezwaar is nog steeds dat iemand moet opdraaien voor het risico en de buffervereisten die vastzitten aan het dragen van dit risico; hypotheken zijn immers risicovol. Het pensioenfonds koopt de hypotheken van de bank voor liquiditeit. Vervolgens brengt het pensioenfonds de hypotheken van de balans door ze over te dragen aan een SPV, die als tegenpost aan passiefzijde van de balans de reservering R1 overneemt om de overheid te betalen. Merk op dat door de deal het pensioenfonds een kleinere balans krijgt en een betere dekkingsgraad (in het voorbeeld stijgt de dekkingsgraad van 111% naar 117%).

De constructie levert de bank alleen voordeel op qua solvabiliteit als er sprake is van een ‘clean break’: de hypotheken zijn verkocht en de bank is daarmee het gehele kredietrisico kwijt.

De overheid ziet zijn belastingclaim op het pensioenfonds gereduceerd tot een claim op een SPV aan wie het gehele kredietrisico is overgedragen. De omzetting van de belastingclaim van pensioenfonds op SPV lijkt me voor de overheid alleen acceptabel als het pensioenfonds garant staat. Hoe zou u reageren als u nog geld tegoed had van een hoogstaande debiteur, die zou voorstellen dat u het geld voortaan maar moet innen bij een veel minder kredietwaardige partij?

Overheid verliest

Bottomline is nu: als het pensioenfonds zich garant moet stellen kan dat alleen verantwoord gebeuren als het pensioenfonds voor deze (off balance sheet) verplichting een buffer aanhoudt (zij lijden immers een fors kredietrisico). Dit betekent dus een extra buffer voor het pensioenfonds. Zij betalen dan in feite voor de constructie. Als het pensioenfonds zich niet garant wil stellen en de overheid toestaat dat haar vordering voortaan verhaald dient te worden op een SPV in plaats van op het pensioenfonds, dan neemt de overheid een aanzienlijke hoeveelheid kredietrisico op zich zonder daar een marktconforme vergoeding voor te ontvangen. In dat geval is de overheid de grote verliezer van de constructie.


Getalsmatig voorbeeld van het financiële Deltaplan van hoogleraren Boot en Bovenberg (opgesteld door M. Folpmers)

Advertenties

Over Folpmers
Financial Risk Management consultant, manager van een FRM consulting department, bijzonder hoogleraar FRM

One Response to Financieel Deltaplan met Haarscheuren

  1. Pingback: Pensioenplan Wientjes c.s rammelt: drie rovers en twee goudstaven « Folpmers

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s