FD’s rekenmeester Bartjens maakt inschattingsfout over ABP dekkingsgraad

Een rekenfout is het niet. Maar er wordt wel een conclusie getrokken ten aanzien van de dekkingsgraad van het ABP pensioenfonds en een dreigende korting op de ABP pensioenen, die niet klopt.

30 miljard gulden aan het ABP onttrokken in 1996

Vrijdag 25 mei 2012 onthulde ABP bestuurder Xander den Uyl in het Financieele Dagblad dat de Staat in de jaren ‘80 van de vorige eeuw 30 miljard gulden aan het fonds had onttrokken. Het verhaal is ook te vinden in Nieuwsbrief 71 van het ABP.

Het komt, in de redenering van Bartjens, erop neer dat de overheid ultimo 1996, bij de verzelfstandiging van het pensioenfonds, 30 miljard gulden aan het fonds heeft onttrokken.

Met het extra geld is de dekkingsgraad hoger dan 105%

De redenering van Bartjens (FD 25 mei 2012, ‘Ontdekkingsgraad’ ) is nu als volgt. Als het fonds dat extra geld had kunnen beleggen vanaf ultimo 1996 tot ultimo 2011, dus gedurende 15 jaar, dan zou de dekkingsgraad boven de kritische grens van 105 zijn uitgekomen. In werkelijkheid was de dekkingsgraad van het ABP ultimo 2011 gelijk aan 93,7%. Waarschijnlijk moet het fonds daarom de pensioenen korten in april 2013. Bartjens concludeert: ‘De dreigende korting verdwijnt als sneeuw voor de zon.’

Het bedrag van 30 miljard gulden is gelijk aan 13,6 miljard euro. Uitgaande van een rendement van 6,2% per jaar is de berekening van Bartjens correct dat het kapitaal in vijftien jaar aangroeit tot 33,6 miljard euro. (Het rendement van 6,2% is niet direct af te leiden van de gemiddelde rendementen die het ABP rapporteert op zijn website, maar komt daar wel goed mee overeen.) Tellen we dit op bij de activa van 246,1 miljard euro, dan verbetert de dekkingsgraad inderdaad van 93,7% naar 106,5%, uitgaande van verplichtingen van 262,6 miljard euro.

Andere bedragen zouden tot andere beslissingen hebben geleid in 15 jaar

Maar dit is het probleem. De redenering maakt gebruikt van een impliciete ceteris paribus veronderstelling. Maar de overige zaken zijn niet hetzelfde. In de 15 jaren tussen 1996 en 2011 is het waarschijnlijk dat andere beslissingen genomen zouden zijn wanneer de vermogenspositie gestut was door het extra geld. Zo is het waarschijnlijk dat de achterstand in indexatie (ruim 8% bij het ABP) geringer zou zijn geweest, evenals de premiestijging. Het eerste is een voordeel voor de deelnemers, het tweede voor de overheid als werkgever van de deelnemers van het ABP.

Kortom: Zou de dekkingsgraad met het extra geld uitgevallen zijn op 106,5%? Nee, waarschijnlijk lager. Is het extra geld in het voordeel van de deelnemers: Ja, maar een deel zou waarschijnlijk toch bij de overheid terecht zijn gekomen als gevolg van een geringere premiestijging.

Advertenties

Over Folpmers
Financial Risk Management consultant, manager van een FRM consulting department, bijzonder hoogleraar FRM

One Response to FD’s rekenmeester Bartjens maakt inschattingsfout over ABP dekkingsgraad

  1. Pingback: Pensioenfondsen ABP, PFZW, PMT, PME en bpfBouw 2012 | Cor Mol

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s