Woekerpensioen?

Kijk je naar de beleggingsrendementen van de pensioenfondsen dan valt dat best tegen. In het DNB rapport Beleggingsopbrengsten pensioenfondsen van 2011 wordt ingegaan op beleggingsrisico’s en –rendementen van de Nederlandse pensioenfondsen.

Het rapport wordt besproken op de site van de pensioenfederatie, waarin wordt gesteld dat:

Tegelijkertijd geeft het rapport aan dat het beleggingsrendement van de gezamenlijke pensioenfondsen over de periode 2000 tot en met 2010 gemiddeld 4,8% bedraagt, terwijl het rendement van de benchmark in deze periode gemiddeld 4,6% bedraagt. Over de volledige onderzoeksperiode, dus inclusief het jaar 2008, is het beleggingsresultaat van de pensioenfondsen ten opzicht van de benchmark in totaal € 9,7 miljard positief.

De pensioenfederatie is positief over de uitkomst:

Ondanks het implementatieverlies in 2008 hebben de pensioenfondsen over de periode 2000 tot en met 2010 in totaal een beter rendement behaald dan hun benchmark.

Soortgelijke rendementscijfers zijn ook te vinden op de site van het ABP. Het ABP haalde over dezelfde periode een rendement van 4,6%.

Het verslaan van de benchmark is daarmee zeker geen éclatante overwinning. Tevens doet zich de volgende belangrijke vraag voor: hoeveel rendement kan direct worden aangewend voor de pensioenen en hoe verhoudt dit (netto) rendement zich tot alternatieve vormen van sparen voor de oude dag?

Uitvoeringskosten

In de eerder aangehaalde DNB studie worden de uitvoeringskosten niet meegenomen:

Uitvoeringskosten worden door vermogensbeheerders soms in het (netto) beleggingsrendement verdisconteerd, in andere gevallen worden deze kosten apart bij het fonds in rekening gebracht. Laatstgenoemde uitvoeringskosten worden sinds 2007 separaat aan DNB gerapporteerd, daarvoor was dat niet het geval. Deze kosten zijn daarom niet meegenomen in deze analyse.

Wij moeten dus het 11-jaars gemiddelde rendement van 4,8% interpreteren als een bruto rendement, waar nog uitvoeringskosten van moeten worden afgetrokken.

Het interessante is nu dat, vanwege deze aparte rapportage aan DNB, de cijfers terecht komen in de baten- en lastenrekening die DNB op zijn site plaatst (tabel T8.4). Naast de uitvoeringskosten kunnen we daar ook de ‘apparaatskosten’ van de pensioenfondsen zien (de posten 2.7 ‘Kosten’ en 2.8 ‘Andere lasten’). Een goede uitsplitsing van een en ander is inderdaad vanaf 2007 op te maken.

Beleggingskosten en apparaatskosten

De relevante cijfers zijn samengevat in onderstaande tabel.


Beleggingsrendementen, kosten en belegd vermogen van de Nederlandse pensioenfondsen

Wij beginnen met het recapituleren van de cijfers uit de aangehaalde DNB studie. Deze is gebaseerd op 168 fondsen. Hun rendement is opgeschaald naar een totaal voor Nederland. Het rendement als percentage van het belegde vermogen wordt berekend door het rendement van jaar t te delen door het vermogen van t-1. De cijfers in de tabel wijken iets van de tabel in het DNB rapport als gevolg van afrondingsverschillen (de cijfers in de DNB studie zijn in miljarden euro’s!).

In het blok daaronder staan de directe en de indirecte beleggingsopbrengsten. De indirecte beleggingsopbrengsten betreffen de waardemutaties van de beleggingen en daar zien wij dat de kredietcrisis in 2008 er stevig ingehakt heeft: een vermogensverlies van 132 miljard euro!

In het blok daaronder staat het belegd vermogen zoals ontleend aan DNB tabel T8.1 (balans pensioenfondsen). Merk op dat de cijfers die uit de tabel blijken iets afwijken van de DNB studie. Als wij vervolgens de rendementen uitrekenen op basis van de DNB tabellen komen wij op soortgelijke cijfers als de DNB studie.

Nu de kosten van vermogensbeheer. Relateren we deze aan de totale opbrengst, dan ontstaat er een merkwaardig getal in 2008 als gevolg van de negatieve noemer. Het heeft daarom meer zin om de kosten te relateren aan de directe opbrengsten. De kosten van vermogensbeheer zijn dan 5% tot ruim 7% van de directe beleggingsopbrengst.

Heeft dit percentage nu een bias naar boven omdat we als noemer alleen de directe beleggingsopbrengsten gebruiken en niet de som van directe en indirecte beleggingsopbrengsten? Ik denk het niet. Het argument is dat als wij over de hier gebruikte periode van 2007-2010 de totale indirecte beleggingsopbrengst berekenen dan ontstaat een negatieve indirecte beleggingsopbrengst. Over een langere periode (2000-2010, de periode van de DNB studie) ontstaat een positieve indirecte beleggingsopbrengst van gemiddeld 6,2 miljard euro per jaar. Tel je dit gemiddelde op bij de jaarlijkse directe beleggingsopbrengst dan ontstaat een percentage aan vermogenskosten van 4% tot 5,5%.

Een pensioenfonds heeft ook ‘apparaatskosten’. Betrekken wij deze ook bij de berekening dan komen wij op kosten als percentage van het bruto rendement van rond de 15% (zie de onderste regel van de tabel).

Een duur stelsel

De conclusie luidt dat de indirecte beleggingsopbrengsten hoogst onzeker zijn en soms negatief. Relateren we de beleggingskosten en de apparaatskosten aan de directe rendementen, dan leveren de deelnemers hiervan 15% in en er resteert slechts 85% voor de pensioenen zelf. We kunnen het systeem daarmee als ‘duur’ bestempelen.

Is het fair om deze kosten bij de berekening te betrekken? Vanuit het gezichtspunt van de fondsen misschien niet. De uitvoering van de pensioenregeling kost nu eenmaal geld. Maar vanuit het gezichtspunt van de deelnemer kun je je afvragen of er niet goedkopere manieren zijn om te sparen voor de oude dag in combinatie met een spreiding van het langlevenrisico.

Advertenties

Over Folpmers
Financial Risk Management consultant, manager van een FRM consulting department, bijzonder hoogleraar FRM

3 Responses to Woekerpensioen?

  1. Marie says:

    Dit gaat nog maar slechts over de nominale behandeling, als je hier de intrinsieke waardedaling bij optelt sla je steil achterover. Het is een linkse hobby die wat mensen aan het werk gezet heeft tegen een heel erg hoge kostprijs.

    Oplossing; kijk hoe de ECB het doet, Sparen (reserves) (store of value) in Fysiek Goud gewaardeerd tegen marktprijs, en handelen (medium of exchange in Fiat. Een blik op de ECB balans van de laatste 10 jaar zal u verwonderen, kosten? Heel wat minder dan die zgn. pensioenfondsen, rendement ? gemiddeld 17% Vragen, nee direct actie ondernemen.

  2. Helaas lijkt het merendeel van de pensioenregelingen op een woekerpensioen. Als ik de kosten over het kapitaal verreken naar kosten over de premie (poliskosten, administratiekosten, provisiekosten, beleggingskosten, beheerskosten, aan- en verkoopkosten, switchkosten) en je neemt de verplicht gekoppelde risicoverzekeringen (bv premiedoorbetaling bij arbeidsongeschiktheid) in acht die nog eens 6-10% opsouperen, dan blijft er regelmatig maar 65-80% van de inleg over om daadwerkelijk te beleggen. Met de door jou aangehaalde beleggingsresultaten leidt dit tot zeer trieste situaties. Voor parttimers regelmatig tot een contante waarde van € 0 na 10 jaar (weliswaar beperkte) inleg. Dit geldt voor pensioenen bij verzekeraars maar lijkt ook te gelden voor pensioenfondsen. Triest.

    Voor de duidelijkheid ik werk als P&O-er en heb me naar aanleiding van de vele (waaronder mijn eigen) vragen verdiept en geschoold in pensioenen. Ik kijk dus vanuit de werkgever/werknemer kant en reageer onafhankelijk van pensioenfondsen of -verzekeraars.

    Werkgevers hebben vaak in alle oprechtheid een pensioen voor hun medewerkers afgesloten maar zijn zich absoluut niet bewust van alle kosten en verplichtingen die waarschijnlijk leiden tot een pensioen van ca. 35% ipv 70% van het laatst genoten of wellicht zelfs gemiddeld genoten inkomen.Werkgever en werknemer leggen een behoorlijke som geld in. In plaats van een benefit verwordt de pensioenregeling tot een last. Werknemers kloppen nl. bij hun werkgever aan in het geval van tegenvallende resultaten.

    By the way, de compensatieregelingen zijn ook zeer betrekkelijk. De kosten over de premie dalen maar de kosten over het kapitaal stijgen over het algemeen. 2,5% over het kapitaal lijkt wellicht weinig maar daar verkijk je, je flink op. Resultaat: wederom teleurstelling.

    Complete vernieuwing graag! Kijk naar het Chileense systeem, lees het boek van Martin Pikaart en volg Pieter Marres, ECB. Google of kijk op m’n website: http://www.praktischpeno.nl voor de links. Voor ons allen, de politiek en voor de vakbonden ligt hier een schone uitdaging. Wie weet bieden de verkiezingen mogelijkheden.

  3. Pingback: ABP noemt halen van voldoende rendement ‘eitje’, maar boodschap niet geruststellend « Folpmers

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s