Wat een onzalig plan van het CPB, dat Europese depositogarantiestelsel

In de CPB risicorapportage Financiële Markten (30 mei 2012) staan veel verstandige dingen. Maar er staan ook enkele onbesuisde adviezen in zoals een hogere minimum Core Tier 1 eis specifiek voor Nederlandse banken (p.12; in Europa is juist afgesproken om naar convergentie van kapitaalseisen te streven) en met name het plan voor een Europees depositogarantiestelsel. Dit laatste advies is te vinden op p. 23:

Tot slot zou het ook helpen als toezicht en vangnet zoals het depositogarantiestelsel op Europees niveau in plaats van nationaal niveau plaatsvindt, zie ook de eerdere discussie over de herkapitalisatie van het Spaanse bankwezen. Door de steunoperaties voor banken niet via individuele lidstaten te laten lopen, wordt ook de terugkoppeling tussen bankencrises en overheidsschuldencrises gedempt. De mogelijkheid om via het ESM banken in een bepaald land te steunen, is hierbij een eerste stap.

Het opmerkelijke aan deze paragraaf is dat in één zin een Europees depositogarantiestelsel wordt aanbevolen zonder dat daar argumenten voor worden aangedragen, en terwijl in dezelfde zin, en in de zinnen erna, uitsluitend wordt ingegaan op het permanente Europese noodfonds ESM. Terwijl de doelstelling van dit fonds (steun aan banken binnen Europa die dreigen om te vallen in de vorm van kapitaalsverstrekking) een heel andere is dan de doelstelling van een depositogarantiestelsel. Elders in de notitie komt de aanbeveling om tot een Europees depositogarantiestelsel te komen niet voor.

De werking van een depositogarantiestelsel wordt in dezelfde notitie van het CPB als volgt uitgelegd (p. 21):

Het depositogarantiestelsel garandeert een deel van de tegoeden van rekeninghouders van een bank die haar verplichtingen niet meer kan nakomen. Hoewel de kosten hiervan in eerste instantie voor rekening van de banken zelf komen, is het denkbaar dat de overheid moet bijspringen wanneer het een grote bank betreft.

De uitspraak staat niet op zichzelf. Ook de Europees Commissievoorzitter José Manuel Barroso heeft zich uitgesproken over de wenselijkheid van een Europees depositogarantiestelsel op 30 mei 2012 tijdens een persconferentie in Brussel bij de presentatie van de rapporten over de 27 lidstaten.

Van Barroso echter verbaast een dergelijke uitspraak niet. Een Europees depositogarantiestelsel is onderdeel van het plan om tot een bankunie te komen. Het CPB echter had beter moeten weten.

Privatizing the profits, socializing the losses

Een Europees depositogarantiestelsel is een mooi voorbeeld van ‘privatizing the profits, socializing the losses’. Als een bank van een lidstaat zodanig in de problemen komt dat het niet meer aan de verplichtingen jegens de retail klanten kan voldoen, dan springen alle andere banken bij. Echter, de verdiensten van deze bank gaan in eerste instantie wel uitsluitend naar deze bank zelf. Pas als het misgaat vindt pooling van de verliezen plaats, in dit geval de verliezen die retail klanten lijden doordat zij hun spaargeld dat zij aan de bank hadden toevertrouwd, niet meer terugkrijgen van die bank.

Het grote nadeel van privatizing the profits, socializing the losses is natuurlijk het enorme moral hazard probleem: waarom nog prudent bankieren als de revenuen van de risico’s toekomen aan de bank, terwijl de verliezen gepooled worden?

Nationale depositogarantiestelsels

Waarom kan een nationaal depositogarantiestelsel wel werken en een Europese variant niet? Dit hangt samen met informatie asymmetrie. Bij een Europees stelsel garanderen Nederlandse banken de deposito’s van retail klanten van banken waarvan zij onmogelijk adequaat de risico’s kunnen inschatten zoals de Laiki Bank van Cyprus of de Banco Novagalicia van Spanje.

Dat men op nationaal niveau het belang van de bescherming van retail depsoito’s laat prevaleren boven het moral hazard is te verdedigen.

Maar zelfs op nationaal niveau leidt het poolen van het risico al tot problemen. Rabobank liet zich in juli 2008 kritisch uit over het Nederlandse depositogarantiestelsel als gevolg van buitenlandse toetreders op de Nederlandse spaarmarkt (Icesave) en ook nog eens bij het omvallen van DSB bank in maart 2010. Dat laatste heeft Rabobank 200 miljoen euro gekost. Piet Moerland, bestuursvoorzitter van Rabobank, noemde naar aanleiding van het faillissement van DSB het depositogarantiestelsel ‘oneerlijk en onhoudbaar’. Dit zijn harde woorden.

Gezamenlijk afglijden

Los van de gevaarlijke cocktail van privatizing the profits, socializing the losses met informatie asymmetrie is het grootste gevaar het gezamenlijke afglijden van de bancaire kwaliteit. Stel dat bij een groot Europees depositogarantiestelsel een nieuwe retail bank opstaat die deposito’s van klanten tot 100.000 euro aantrekt en daarbij aangeeft: bij ons krijgt u de hoogste rente omdat wij uw geld uitzetten met het hoogste rendement. De risico’s zijn nihil, want uw inleg wordt gegarandeerd door alle banken in Europa, waaronder grote namen als HSBC, Deutsche Bank en Rabobank. Het zou mij niet verbazen als deze bank veel geld zal weten aan te trekken, en dat andere banken volgen met een vergelijkbare propositie. Een hoge spaarrente met Europese garantie klinkt immers een stuk beter dan een hoge spaarrente bij Icesave met een garantie van de IJslandse centrale bank.

Advertenties

Over Folpmers
Financial Risk Management consultant, manager van een FRM consulting department, bijzonder hoogleraar FRM

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s