Risicoraamwerk pensioenfederatie: tijdloos, maar daardoor ook gedateerd

De Pensioenfederatie heeft gisteren (20 juni 2012) een raamwerk voor het risicomanagement ter beschikking gesteld aan de pensioensector met de titel Handreiking integraal risicomanagement voor pensioenfondsen. Het is een net handboek van 98 pagina’s (inclusief bijlagen), dat een uitleg geeft aan pensioenfondsbesturen en overige geïnteresseerden over de risico’s van pensioenfondsen. De insteek is erg traditioneel en procesmatig, wat overzichtelijk is en herkenbaar. Zo is het stuk opgehangen aan het tijdloze stappenplan, dat start met het identificeren van risico’s, ze vervolgens inschat, waarna beheersmaatregelen worden getroffen, en de monitoringsfase begint. Tegelijkertijd doet de gekozen insteek wat ouderwets aan, en niet meer van deze tijd. Is dit nu het risicomanagement anno 2012? Beschermen we ons hiermee niet tegen de monsters van de vorige eeuw, terwijl we de draken die nu op ons afkomen, over het hoofd zien?

Wat eraan schort: de handreiking veronderstelt een statisch pensioenfonds…

De handreiking gaat uit van een statisch pensioenfonds en zwijgt in alle talen over de risico’s die voortkomen uit veranderingen, die juist nu veelbesproken zijn: omzettingen van Defined Benefit (DB) naar Defined Contribution (DC), of die van het gegarandeerde nominale contract naar het reële contract. In verband met dat laatste treffen we geen enkele verwijzing aan naar de Hoofdlijnennota Financieel Toetsingskader Pensioenen van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Welke risico’s komen op het bestuur af wanneer deelnemers hun zekerheid wordt ontnomen bij een migratie van DB naar DC? En bij een migratie naar het door het Ministerie voorgestelde reële contract? Kunnen oude rechten worden ingevaren? Welke juridische en operationele risico’s komen daarbij kijken? Het risicoraamwerk zwijgt hierover dus in alle talen.

… zonder conflicten

De handreiking gaat ook uit van een harmonieuze wereld waarin alle stakeholders op dezelfde lijn zitten. Maar hoe moeten we omgaan met conflicten? Er is een natuurlijke tegenstelling van belangen tussen werkgevers en werknemers. Hoe bijvoorbeeld om te gaan met de wens van de werkgever om de premiestijging te limiteren of die ellendige bijstortverplichting af te schaffen? Wat zijn de argumenten die over en weer gebruikt worden? En hoe die te wegen? Je zoekt in de Handreiking integraal risicomanagement maar vindt het niet. Terwijl de afhankelijkheid van de sponsor wel als ‘pensioenbeginsel’ wordt genoemd (p. 23).

En wat te denken van het tegenwoordig veelbesproken conflict tussen oud en jong? Hoe lang pikken jongeren nog die afgedwongen solidariteit waardoor als gevolg van de doorsneepremie er een overdracht van economische waarde plaatsvindt van jong naar oud? Zeker in een wereld waarin jongeren hun eigen bedrijf willen starten na een aantal jaren ervaring te hebben opgedaan in loondienst. Hoe bespreek je deze problematiek in het bestuur? Hebben jongeren een punt? Kunnen er andere manieren van premieheffing en/of opbouw van rechten zijn om aan de jongeren tegemoet te komen, bijvoorbeeld de degressieve opbouw zoals voorgesteld door Lans Bovenberg en Bart Boon?

Tail risk en buffervereisten

De voorgestelde risicokwantificering aan de hand van een typering op twee schalen, namelijk kans en impact (p. 33), onderkent onvoldoende het belang van downside-risk maatstaven zoals Value-at-Risk en het fenomeen van tail risk / Black Swan.

En wat te denken van de regelgeving op Solvency II gebied die op de pensioenfondsen afkomt? Wat te doen als pensioenfondsen als gevolg van de Europese herziening van de IORP-richtlijn ook onder Solvency II gaan vallen, en hogere buffers moeten aanhouden zoals onlangs (juni 2012) weer betoogd door het Verbond van Verzekeraars in hun Position Paper Pensioenen? Hetzelfde geldt voor het gebruik van de Ultimate Forward Rate (UFR) bij de vaststelling van de rentecurve voorbij het Last Liquid Point. Wat vinden wij van de verbetering van de dekkingsgraad die gebruik van de UFR met zich meebrengt en dient de ruimte te worden besteed aan het uistellen van kortingen, het opbouwen van buffers of aan het verhogen van de indexatie? Mogelijkheden die elk specifieke kansen en bedreigingen met zich meebrengen. En wat gaat het pensioenfondsbestuur doen als zal blijken dat men zich rijk heeft gerekend en het UFR-rendement van 4,2% niet wordt gehaald? Enige guidance zou welkom zijn.

Renterisico erg beknopt…

De handreiking stelt dat er bij het beleggingsbeleid een onderscheid wordt gemaakt tussen een matching portefeuille (beheersing van het renterisico) en een return portefeuille (najagen van rendement). Voor de matching portefeuille worden staatsobligaties ‘met een zeer hoge kredietwaardigheid’ aangeraden (p. 60), maar er wordt niet ingegaan op het probleem dat deze tegenwoordig een negatieve reële rente hebben.

De handreiking stelt terecht aan de orde dat swaptions een geringere hedge tegen het renterisico kunnen bieden dan swaps (p. 62), maar pakt helaas niet door met een uitleg waarom dat zo is. Ook verwijzingen naar de literatuur waarin men op zoek kan gaan naar het antwoord ontbreken.

En wat te denken van bijlage 1 op p. 78 met een ‘voorbeeld van economische uitgangspunten als uitwerking van de beleggingsbeginselen’? Staat daar echt een gemiddelde return van aandelen van 8% (regel 7) en van staatsobligaties van 4,5% en van vastgoed van 7,5%? Hoe zijn deze cijfers tot stand gekomen? Hoe kan dat met een leegstand van kantoren van 15% en in Europa van bijna 10%? Hoe relevant zijn deze cijfers voor de naaste toekomst? Ik hoop dat veel pensioenfondsbesturen deze cijfers met een flinke korrel zout nemen.

… net als operationeel risico

De handreiking gaat terecht in op de operationele risico’s, waaronder de IT risico’s, en stelt dat uitbesteding van IT werkzaamheden niet tot de overdacht van de IT risico’s leidt: het bestuur blijft verantwoordelijk (p. 70). Een nuttige boodschap. Maar hoe te handelen bij de risico’s die concrete problemen met zich meebrengen zoals achterstanden in de mutaties bij de deelnemersadministratie?

Tijdloos, en daardoor verouderd

De conclusie kan niet anders zijn dan dat de Handreiking integraal risicomanagement helemaal niet zo integraal is. Het is een mooie aanzet, maar mist veel belangrijke onderwerpen die anno nu belangrijk zijn. In zijn procesmatige aanpak tijdloos, maar daardoor nu al verouderd.

Advertenties

Over Folpmers
Financial Risk Management consultant, manager van een FRM consulting department, bijzonder hoogleraar FRM

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s