Pensioenplan Wientjes c.s rammelt: drie rovers en twee goudstaven

Het plan om pensioenfondsen hypotheken te laten kopen is sinds augustus 2012 weer helemaal terug. In die maand gaf werkgeversorganisatie VNO-NCW aan het een goed plan te vinden dat pensioenfondsen woninghypotheken van banken overnemen. Iedereen zou immers voordeel hebben. De banken spelen kapitaal vrij en versterken hun balans wat de kredietverlening ten goede kan komen. En de pensioenfondsen investeren in relatief veilige Nederlandse woninghypotheken met een lange looptijd. Deze maand (november 2012) hebben de twee grootste pensioenbeleggers APG en PGGM laten weten bereid te zijn in Nederlandse hypotheken te beleggen mits de staat garant staat. In een open brief roepen zij op tot de oprichting van een Nationale Hypotheekbank. Via deze bank komt de aankoop door de pensioenfondsen tot stand. Een mooie oplossing, iedereen tevreden. Of toch niet?

de hoofdrolspelers van het pensioenplan

Drie rovers en twee goudstaven

Stel er zijn drie rovers die twee goudstaven hebben buitgemaakt. De twee goudstaven zijn moeilijk te verdelen en de rovers maken daarover ruzie. De ruzie is dermate maatschappelijk ontwrichtend dat de overheid met een oplossing komt: de overheid pakt een goudstaf van de nationale voorraad en geeft deze aan de drie rovers. De drie goudstaven zijn wel gemakkelijk te verdelen. Elke rover gaat naar huis met één goudstaaf, probleem opgelost.

In dit verhaal is het de overheid die het verdelingsvraagstuk oplost door één goudstaaf te schenken aan de rovers. Daarmee is de gemeenschap als geheel slechter af.

Follow the money

Een soortgelijke situatie doet zich voor bij het pensioenplan. Om dat duidelijk te maken volgen wij de kasstromen van de hypotheken naar de bron: de woningbezitter die rente en aflossing betaalt aan zijn commerciële bank.

De commerciële bank int rente en aflossing. In de rente is rekening gehouden met de rente die de bank zelf voor zijn funding betaalt. Ook is rekening gehouden met de operationele kosten van het administreren (‘servicen’) van de lening en zijn er opslagen voor het kredietrisico. In het bijzonder is er een opslag voor het aanhouden van de Basel II buffer, het kapitaal dat de bank op de balans moet hebben staan voor deze ene lening, en dat de duurste bron van funding is: de aandeelhouders lopen het meeste risico en eisen hiervoor de hoogste vergoeding.

Wanneer de lening wordt overgedragen aan de toekomstige nationale hypotheekbank, koopt de nationale hypotheekbank deze lening van de commerciële bank die de lening heeft verstrekt. De commerciële bank draagt daarmee de kasstromen over aan de nationale hypotheekbank. Echter, de opslag voor het ‘servicen’ van de lening blijft achter, dat blijft de commerciële bank namelijk doen (alleen deze heeft hiervoor het operationele apparaat). Ook blijft de opslag voor het aanhouden van de buffer achter. Anders zou de hele exercitie namelijk zinloos zijn en niet bijdragen aan het uitbreiden van de bancaire buffers.

De toekomstige nationale hypotheekbank neemt de overgebleven kasstromen over inclusief het kredietrisico. Echter, de verschaffers van het vreemd vermogen aan de nationale hypotheekbank willen geen kredietrisico lopen. Dat geven de pensioenbeleggers APG en PGGM duidelijk aan in de eerder genoemde open brief. Het uitsluiten van het kredietrisico kan alleen als de nationale hypotheekbank ofwel een buffer aanhoudt ofwel staatsgarantie krijgt. De eerste optie is niet mogelijk: de opslag voor het aanhouden van de buffer is immers achtergebleven bij de commerciële bank. De tweede optie wordt thans overwogen. Als de leningen die als activa op de balans van de nationale hypotheekbank staan, staatsgarantie krijgen hebben ze daarmee conform Basel II nul risicogewicht, zijn ze effectief risicoloos geworden en kunnen de verschaffers van vreemd vermogen inderdaad risicoloos hun funding ter beschikking stellen.

De open brief van APG en PGGM zegt hierover:

In feite is nodig, dat eventuele additionele beleggingen in Nederlandse hypotheken het karakter hebben van Nederlands staatspapier, of door de toezichthouder als zodanig worden beschouwd.

De pensioenfondsen krijgen daarmee uiteindelijk de risicoloos gemaakte kasstromen uit de hypotheken en beleggen daarmee in AAA-kwaliteit stukken dankzij de staatsgarantie.

De grote verliezer is hierbij de staat. Deze heeft het probleem opgelost door een goudstaaf af te staan. De staatsgarantie is namelijk ook wat waard maar deze wordt om niet ingebracht. In normaal economisch verkeer zou er namelijk een premie betaald moeten worden voor deze risicotransfer. Dat is terecht want de verstrekker van de garantie draait op voor de potentiële verliezen.

Conclusie: de staat, dat zijn wij zelf

De conclusie is dat er geen free lunch is. Als de staat de garantie om niet verstrekt, lost de staat het probleem op dat de pensioenfondsen alleen risicoloze hypotheken willen kopen, terwijl tegelijkertijd de banken geherkapitaliseerd worden.

De staat verstrekt een goudstaaf zonder daarvoor de correcte vergoeding te ontvangen. Anders gezegd: de staat draagt het risico zonder daarvoor de risicopremie te ontvangen. En dat in een situatie waarin de overheid al voor 77% van het BBP garant staat, een zorg op zichzelf.

En uiteindelijk zijn wij allemaal afhankelijk van de financiële gezondheid van de staat. Wij zijn namelijk met zijn allen zelf de staat.

Zie ook:

Financieel deltaplan met haarscheuren

Advertenties

Over Folpmers
Financial Risk Management consultant, manager van een FRM consulting department, bijzonder hoogleraar FRM

2 Responses to Pensioenplan Wientjes c.s rammelt: drie rovers en twee goudstaven

  1. Erik Daae says:

    Als de Nationale Hypotheekbank wel een risicopremie vraagt, is de voorgestelde deal dan wel redelijk en acceptabel?

  2. AStuijt says:

    Centrale probleem is de druk die dergelijke “plannen”legt op het beleggingsbeleid van de pensioenfondsen. Er gaat veel tijd, dus geld van inleggers/ gerechtigden, inzitten die beter anders had kunnen worden aangewend voor zaken met een hogere prioriteit.
    Bovendien ontstaat de druk om een preferente positie te geven aan dit type “gegarandeerde”hypotheken. Kortom, het beleggingsbeleid wordt op naar deelnemers niet te verantwoorden wijze gemanipuleerd. Uiteraard hebben de fondsen niet de mogelijkheid een dergelijk plan in een instemmingsprocedure te brengen zoals een vennootschap met aandeelhouders dat wél heeft! Het bestuur is immers volstrekt sutoritair en patriarchaal door de “traditie” (noemt een PvdA Kamerlid dat) van apritair bestuur door (niet meer representatieve) vakbonden en de werkgever(s). Zouden de fondsen coöperaties zijn geweest dat had een democratische raadpleging van “leden” nog sneller gekund dan in de vennootschapsstructuur.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s