Kanteling naar een meer rechtvaardige verdeling – met behoud van de doorsneepremie

Het was een interessante ontwikkeling afgelopen week dat ook de AFM zich mengt in de discussie over de doorsneepremie. Herman Korte, bestuurslid van de AFM, noemde de doorsneepremie ‘oneerlijk’ (14 januari 2013). Het pakt voor jongeren ongunstig uit, zij betalen te veel en ouderen te weinig. Korte wil af van deze overdracht van jong naar oud die wordt veroorzaakt door de doorsneepremie.

Het kwam de AFM te staan op een flinke reprimande van de Pensioenfederatie bij monde van directeur Gerard Riemen, die de uitspraak ‘politiek’ vindt en verwijst naar onderzoek van het CPB naar de pro’s en cons van de doorsneepremie. Daarbij stelt Riemen ook:

Er zitten veel aspecten aan de doorsneepremie. Onder meer dat die niet discrimineert op geslacht, leeftijd en gezondheid. De toezichthouder pleit nu voor discriminatie op leeftijd. Europese wet- en regelgeving verbiedt dat. Het is nogal politiek wat de toezichthouder doet.

Dat Riemen stelt dat de doorsneepremie niet discrimineert op leeftijd is begrijpelijk: alle deelnemers binnen één pensioenfonds betalen dezelfde premie als percentage van de pensioengrondslag en ontvangen hetzelfde opbouwpercentage. Maar vervolgens gaat Riemen een stuk verder met de conclusie dat pleiten voor de afschaffing van de doorsneepremie gelijkstaat aan discriminatie op leeftijd. Dat lijkt me onjuist. De doorsneepremie is namelijk in zijn uitwerking wel degelijk discriminerend voor jongeren. Daarbij vind ik het niet aan de Pensioenfederatie om het maatschappelijk debat hierover de kop in te drukken.

Een interessante bijdrage over doorsneepremie en leeftijdseffecten is te lezen van Leo Witkamp AAG, directeur van de Media Pensioen Diensten. In zijn blog bijdrage Pensioenopbouw moet anders stelt hij dat de scherpe kantjes van de doorsneepremie deels gerepareerd kunnen worden door naast de nominale rechten ook een deel van de (loon)inflatie vanuit de premie te betalen. Dat maakt het systeem meer aanvaardbaar voor jongeren. Vraag is of zijn voorstel ver genoeg gaat.

Een gedifferentieerde wijze van opbouw, mèt een doorsneepremie

Leo Witkamp gaat uit van een opbouw van 1,75%, een pensioenrichtleeftijd van 67 jaar, prijsinflatie van 2% en looninflatie van 3%. Hij stelt voor om de looninflatie voorzover hoger dan de prijsinflatie mee te nemen in een gedifferentieerd opbouwpercentage per leeftijd. Ook stelt hij voor om een deel van de inflatie (een kwart, dus 0,5%) hierin mee te nemen. Resultaat is dat de per leeftijd gedifferentieerde opbouw rekening houdt met een waardevermeerdering gedurende de opbouwfase van 1,5% per jaar. De rest van de indexatie moet uit het beleggingsrendement worden gehaald.

Een 27-jarige krijgt daardoor een opbouw van 1,75% maal 1,015 tot de macht 40. Dit komt neer op een vermenigvuldigingsfactor van 1,8 voor een 27-jarige. De vermenigvuldigingsfactor neemt af met het toenemen van de leeftijd. Dit is precies het mechanisme waarlangs de het effect van de doorsneepremie wordt gekanteld en meer rechtvaardig wordt gemaakt. Maar is het genoeg?

Kanteling van de opbouw

In de figuur staat de waarde per leeftijdsgroep van de toekenning van nieuwe rechten aan ouderdomspensioen bij een pensioengrondslag van EUR 100. Discontering geschiedt door middel van de DNB RTS (inclusief UFR) en de sterftekansen. Opbouwpercentage is 1,75% en pensioenrichtleeftijd 67. De blauwe curve geeft de waarde van de nieuwe rechten aan. Duidelijk blijkt dat de doorsneepremie leidt tot een afgedwongen intergenerationele solidariteit.

Premie en nieuwe rechten per leeftijd

Premie en nieuwe rechten per leeftijd

Vervolgens is de aanpassing toegepast conform de systematiek van Witkamp, dus opbouw maal 1,015^(pensioenrichtleeftijd – huidige leeftijd). Dan ontstaat de blauwe stippellijn, die uiteraard aanvankelijk geheel boven de blauwe doorgetrokken lijn ligt. Via een vermenigvuldigingsfactor is de lijn naar beneden gehaald omdat er anders in zijn geheel meer premie wordt betaald.

Het effect is dat de curve vlakker gaat lopen (de blauwe gestippelde lijn is vlakker en dichterbij de gemiddelde premie) dan de blauwe doorgetrokken lijn.

De rode lijnen geven de deling weer tussen het alternatieve systeem en het huidige systeem. De rode doorgetrokken lijn gaat door het punt (27, 1.8) heen, conform de boven berekende factor. Punt is dat na de boven toegelichte aanpassing (om geen macro opwaartse druk op de premie te krijgen) de netto factor iets daalt (weergegeven in de rode gestippelde lijn).

Conclusie: kanteling mag wel wat sterker!

Het voorstel voor de inkoop van loonindexatie (althans het deel dat groter is dan de inflatie) via de premie gedurende de opbouwfase à 1,5% haalt de scherpe kanten van de doorsneesystematiek er behoorlijk af. Maar zo bekeken betalen jongeren nog altijd teveel premie voor hun opbouw en ouderen te weinig. Anders gezegd: er is een eerste aanzet gemaakt tot een degressieve opbouw, maar de kanteling mag nog wel wat sterker. Bij gelijkblijvende totale premiebetalingen is dat bijvoorbeeld te doen door het opbouwpercentage verder te verlagen en de gedifferentieerde inkoop van de loonindexatie verder te verhogen.

Advertenties

Over Folpmers
Financial Risk Management consultant, manager van een FRM consulting department, bijzonder hoogleraar FRM

4 Responses to Kanteling naar een meer rechtvaardige verdeling – met behoud van de doorsneepremie

  1. jan van der kleij says:

    ‘doorsnee premie’ berust op solidariteit. Door andere opbouw maatschappij ontstond aversie (ik-premie).

  2. Erik Daae says:

    Het verdient aanbeveling om het volgende artikel te lezen ter vergelijking: http://cormol.wordpress.com/2012/08/21/de-gebedsmolen-van-martin-pikaar/

  3. Sendak says:

    Is het correct dat de doorsneepremie vooral negatief uitpakt bij DB regelingen? Bij DC regelingen lijkt het me gezond om een doorsneepremie te hebben. Het stelt de pensioenopbouw niet te lang uit en het gaat leeftijdsdiscriminatie tegen. Ik zit in een regeling waarbij de werkgever voor iemand onder de 40 6% premie betaalt en voor iemand boven de 60 17%. Dat maakt ouderen duur en mag je hopen dat je na je 60e nog in dienst bent.

  4. Gerardt says:

    de “reprimande” van Riemen is vooral politiek gedreven: zonder doorsneepremie geen verplichte winkelnering maar vrije concurrentie qua uitvoering pensioenregeingen. Zonder verplichtstellingen, geen fondsen, zonder fondsen geen Riemen…..
    Overigens helemaal eens dat het deze belangenvereniging niet past om de discussie de kop in te drukken, het wordt lachwekkend.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s