Nog altijd veel verwarring rond Basel II, maar laten we vooral de econometrische modellen niet afschaffen

Dat er nog altijd veel verwarring bestaat rond Basel II bewijst maar weer een warrig opiniestuk in het FD van 25 mei 2013 met de lange titel “Toezicht banken is nog steeds zinkend schip en trekt economie mee naar bodem van oceaan; oordeelsvermogen is vervangen door algoritmische rationaliteit in vastgezette econometrische modellen”.

De auteur gaat in op de Basel II modellen van de banken. De vergaande claim in de titel (dat het toezicht een zinkend schip zou zijn) wordt in het stuk zelf niet behandeld.

Het stuk betoogt dat de voorgestelde verbeteringen van Basel III niet de oplossing bieden voor de crisis, aangezien het risicoconcept dat ten grondslag ligt aan Basel verkeerd zou zijn. Het stuk gaat verder niet specifiek in op Basel III maar beperkt zich tot Basel II.

De auteur geeft de volgende argumenten waarom Basel niet zou deugen:

  1. De correlaties in de bancaire kredietportefeuille zijn onderschat;
  2. De risicobuffer kan niet goed worden gekwantificeerd door de onzekerheid in de waardering, onder meer door de afhankelijkheid van de waarderingen ten opzichte van het monetaire beleid van centrale banken;
  3. De interne modellen functioneren niet goed omdat ze gebruik maken van normale verdelingen en kredietcorrelaties schatten op basis van aandelenkoersen;
  4. De Basel II modellen hebben voor een ‘radicale verandering’ gezorgd, doordat de intieme klantrelatie en daarop gebaseerde oordeelsvorming zijn vervangen door econometrische modellen.

Het betoog is niet overtuigend. We gaan beneden elk argument langs.

 

Voor correlaties is juist Pilaar 2 opgenomen in het Basel II akkoord

Dat de correlaties in de portefeuille zijn onderschat heeft uitsluitend betrekking op de RWA calculaties van de eerste pilaar van Basel II. Binnen pilaar 2 moet de bank ook het Economisch Kapitaal berekenen. Daarbij is het een vereiste dat het concentratierisico in de kredietportefeuille wordt meegemodelleerd. Denk hierbij aan concentraties in een specifieke portefeuille (bijvoorbeeld een portefeuille die alleen uit commercieel onroerend goed bestaat), naamsconcentratie (buitensporig grote leningen aan een gering aantal klanten) of sectorconcentratie (bijvoorbeeld in de agrarische sector).

Het Basel II akkoord geeft zelf aan dat het genoemde concentratierisico onvoldoende naar voren komt in de eerste pilaar, en daarom, net als het renterisico, is toegevoegd aan de tweede pilaar (art. 724):

There are three main areas that might be particularly suited to treatment under Pillar 2: risks considered under Pillar 1 that are not fully captured by the Pillar 1 process (e.g. credit concentration risk); those factors not taken into account by the Pillar 1 process (e.g. interest rate risk in the banking book, business and strategic risk); and factors external to the bank (e.g. business cycle effects).

Bufferkapitaal is er juist vanwege volatiliteit en niet vanwege verwachte verliezen

Hiermee komen we ook op het bezwaar met betrekking tot de fluctuaties van de balansitems als gevolg van renteschommelingen. Hier maakt de auteur mijn inziens zijn grootste denkfout. Juist vanwege deze fluctuaties wordt een kapitaalsbuffer aangehouden. Met andere woorden: de kapitaalsbuffer is juist bedoeld om schokken in waardering (waarvan een complete afwaardering de meest vergaande variant is) op te vangen. Veel balansitems kunnen worden nagebouwd met een combinatie van obligaties. Het voornaamste risico hiervan is het renterisico. Hier wordt expliciet rekening mee gehouden met de kapitaalsvereiste voor het renterisico in het bankenboek in de tweede pilaar.

Ten onrechte normaal verondersteld valt door de mand bij de backtest

Het is algemeen bekend dat groeivoeten van financiële waardes als aandelenprijzen en rentestanden niet normaal verdeeld zijn. Er is sprake van ‘kurtosis’ (vette staarten) wat inhoudt dat extreme uitkomsten een hogere kans van voorkomen hebben dan voorspeld door de normale verdeling.

De modellen houden hier rekening mee door uit te gaan van niet-normale verdelingen, bijvoorbeeld t-verdelingen of specifieke verdelingsfuncties uit de theorie van de extreme waardetheorie.

modellering van de wekelijkse mutatie van de 1M rente door middel van een t-verdeling (links) en de normale verdeling (rechts). De QQ-plots tonen aan dat de normale benadering niet deugt vanwege de vetstaartigheid. Dat uit zich in de ‘krullen’ op de rechter QQ-plot

modellering van de wekelijkse mutatie van de 1M rente door middel van een t-verdeling (links) en de normale verdeling (rechts). De QQ-plots tonen aan dat de normale benadering niet deugt vanwege de vetstaartigheid. Dat uit zich in de ‘krullen’ op de rechter QQ-plot

 Ook wordt vereist dat de modellen onderworpen worden aan ‘backtests’. Indien ten onrechte was uitgegaan van een normale verdeling waarin dat niet verantwoord is, moet dat naar voren komen in de backtest. Het model vormt dan geen goede verklaring voor extreme uitkomsten uit het recente verleden.

Statistiek en oordeel zijn niet in oppositie

Het punt van de ‘radicale verandering’ zie ik niet zo. Adequaat risicomanagement gaat uit van een combinatie van modellen en oordeelsvorming. De oordeelsvorming komt naar voren bij de fiattering maar ook bij de validatie van de gehanteerde modellen.

De auteur van het betoog in het FD wil een tegenstelling zien tussen statistiek en oordeelsvorming:

Sindsdien is dat oordeelsvermogen vervangen door een algoritmische rationaliteit op basis van voordefinieerde input in vastgezette econometrische modellen.

Deze tegenstelling doet zich in de praktijk niet voor. Oordeelsvorming en statistische modellen gaan hand-in-hand bij het complexe vak van financieel risicomanagement.

De oproep om terug te gaan naar een niet-kwantitatief risicomanagement doet denken aan de agnostische insteek die sommige aanhangers van Nassim Nicholas Taleb (van de ‘black swan’) kenmerkt. De scepsis rond statistische modellen is dan dermate groot geworden dat er geadviseerd wordt om helemaal geen modellen meer te gebruiken.

De oproep is vergelijkbaar met die van de Griekse filosoof Plato in zijn dialoog Phaedrus om het schrift af te schaffen, aangezien het geschreven woord lui zou maken: wie op geschreven teksten vertrouwt, zou zijn cognitieve vaardigheden verwaarlozen.

Verzet hiertegen is nodig. Adequate modellen maken de interactie tussen risicofactoren en risicovolle uitkomsten (zoals verliezen) overzichtelijk. De toepassing ervan wordt aangevuld met kritische evaluatie, interpretatie en validatie. Maar de oproep terug te gaan naar de wereld zonder modellen is even absurd als op te roepen het geschreven woord af te schaffen.

Advertenties

Over Folpmers
Financial Risk Management consultant, manager van een FRM consulting department, bijzonder hoogleraar FRM

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s