Ongewogen kapitaalsratio voor banken leidt tot perverse prikkels

Naar aanleiding van de commissie Wijffels is weer de discussie opgelaaid of de banken gestuurd moeten worden op basis van een gewogen of ongewogen kapitaalsratio (FD 26 juni 2013).

Bij een ongewogen ratio wordt het eigen vermogen gedeeld door het balanstotaal. Bij een gewogen ratio wordt de noemer bepaald door de activa aan te passen voor het risico. Deze aangepaste noemer wordt doorgaans aangeduid met de Engelse term RWA voor Risk-Weighted Assets.

Op deze RWA komt langs twee zijden kritiek. Op de eerste plaats zou de berekening te ingewikkeld zijn. Het gevolg is dat de RWA niet meer een objectief te bepalen grootheid zouden zijn. Gevolg is een grote variatie aan RWA methodieken en uitkomsten bij Europese banken.

De tweede aanvalsroute is dat het getal in de praktijk niet zou werken. Studies van het IMF en de Bank of England hebben aangetoond dat de gewogen kapitaalsratio geen adequaat onderscheidend vermogen heeft bij het verklaren van bankfaillissementen.

Moeten hogere kredietrisico’s een zwaarder gewicht blijven krijgen bij de kapitaalscalculatie?

Moeten hogere kredietrisico’s een zwaarder gewicht blijven krijgen bij de kapitaalscalculatie?

Als echter op basis van deze twee argumenten besloten zou worden de ongewogen ratio weer in te voeren als voornaamste indicator dan gaat men voorbij aan de vraag: vervangen of repareren? Ik zou zeggen dat repareren veel meer voor de hand ligt dan vervangen.

Risicoweging

De risicoweging is namelijk cruciaal voor een adequaat beeld van het kredietrisico van de bank. Het is absurd een krediet met een onderpand dat meer dan 100% van de hoofdsom dekt, over één kam te scheren met een blanco krediet. Hetzelfde geldt voor een krediet aan een klant die al eens eerder in default is geweest, ten opzichte van een ‘goudgerande’ klant die nooit in default of zelfs in achterstand is geweest.

Een ongewogen systeem leidt ook tot grote ongewenste deviaties van de risicokwantificering van het bankenboek ten opzichte van die van kredietderivaten zoals de credit default swap. In de prijs van deze risicoverzekering nemen marktpartijen uiteraard de kans op default en de waarde van het onderpand mee. Kijk maar naar de prijsontwikkeling van CDS’en op staatsobligaties van de Zuid Europese landen.

Het ongewogen systeem leidt ook tot de perverse prikkel dat een bank het rendement over eigen vermogen op korte termijn kan maximeren door juist de risicovolle klanten op te zoeken aangezien deze meer rente opleveren ten opzichte van het vereiste kapitaal. Laten wij niet vergeten dat precies deze omstandigheid heeft geleid tot de terechte invoering van Basel II.

Gebrek aan voorspelkracht

Dat de gewogen kapitaalsratio’s historisch gezien weinig voorspellend zijn voor bankfaillissementen verbaast niet. Het is niet alleen het kredietrisico dat bepalend is voor een bancair faillissement. Hierbij spelen strategische miskleunen, reputatieschade en tekort aan liquiditeit een grote rol. Deze factoren zijn niet betrokken bij de RWA.

Repareren

Het is wel nodig het RWA systeem te repareren. Dat wil zeggen eenvoudiger regels en meer guidance ten opzichte van het toepassen van de regels. De toezichthouderinstructies zouden op dit punt zeker verbeterd kunnen worden. Het doel is om een meer consistente toepassing van de risicoweging te bevorderen.

De europese toezichthouder EBA heeft in een rapport van 2 februari 2013 al de eerste stappen gezet richting de identificatie van uiteenlopende RWA praktijken en de manier waarop de berekening kan worden geharmoniseerd.

EBA: Huidige verschillen in risicoweging verdienen nadere studie

Een van de meest interessante uitkomsten van de genoemde EBA studie is dat de helft van de verschillen in kapitaalsbehoefte (de EBA drukt dit uit in ‘Global Charge’) kan worden verklaard uit verschillen tussen de Standardized Approach en de Internal Ratings Based (IRB) Approach en uit portefeuillesamenstelling. Dit verzwakt dus aanzienlijk het argument van tegenstanders van risicoweging dat deze risicoweging tot arbitraire uitkomsten zou leiden.

Laat onverlet dat nadere studie nodig is naar die andere 50%. Die duidt namelijk wel op mogelijk verschillende toepassingen van de IRB methode. De EBA sluit echter niet uit dat de verschillen ook kunnen voortvloeien uit verschillende risicoprofielen binnen de segmenten (dus binnen retail portefeuille en binnen corporate portefeuille). Deze verschillende risicoprofielen kunnen ontstaan zijn als gevolg van uiteenlopend beleid en risk appetite en (daaruit voorvloeiende) uiteenlopende criteria voor kredietaccepatie, zie p. 25 van het EBA rapport:

The dispersion of risk parameters for the same (sub) asset class in not a sign of inconcistency per se. For example the composition of portfolios may differ across banks as the result of differences in the markets, risk appetite or borrowers’ selection criteria.

Nadere analyse is hier nodig zoals ook de EBA aangeeft.

Basel III blijft terecht inzetten op risicoweging

De huidige insteek van Basel III is correct: sturing op een gewogen kapitaalsratio met de ongewogen leverage ratio als ‘achtervang’ mochten kapitaalsniveaus onder de kritische massa schieten van 3%. Hierbij zou wel bezien kunnen worden of die 3% niet wat aan de lage kant is.

Advertenties

Over Folpmers
Financial Risk Management consultant, manager van een FRM consulting department, bijzonder hoogleraar FRM

One Response to Ongewogen kapitaalsratio voor banken leidt tot perverse prikkels

  1. Moltke the Elder says:

    Het concept van risico-wegingen voldoet prima, dwz in een ideale wereld, waar iedereen onbevooroordeeld te werk gaat. Helaas gaat het bij risico-wegingen waarschijnlijk fout vanwege gebrekkige governance. Ik heb Bazel II erop nageslagen, zie plaatje over de Standardized Approach. http://postimg.org/image/3wk00undz

    Zichtbaar zijn de invloed van lobbygedrag en tijdsgeest: geen risico-gewicht voor sovereigns, en 100% max weging voor niet-gerate activa. Parbleu? Natuurlijk geeft dat perverse aansporingen.

    Daarnaast maakt de complexiteit van de risico-wegingen het de toezichthouder niet makkelijk. Uitvoerende toezichthouders hebben het druk en zijn beperkt in de tijd die ze kunnen schenken aan risico-wegingen. Daarnaast zijn toezichthouders beperkt aansprakelijk.

    Wellicht is daarom de leverage ratio nog niet zo gek. De governance berust voor een belangrijk deel bij de externe accountants, en die zijn meer aanspreekbaar dan toezichthouders. Wellicht ook daarom het rapport dat Basel uitbracht: http://www.bis.org/press/p130705.htm , waar de FT het volgende over schrijft: “Fresh blow to credibility of key bank safety measure” (www.ft.com/intl/cms/s/0/58a40120-e58b-11e2-ad1a-00144feabdc0.html).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s