Bankmodellen voor kredietrisico worden niet gemanipuleerd

Daar is althans geen concrete aanwijzing voor. En dat druist in tegen de beweringen die geuit worden door invloedrijke wetenschappers als Anat Admati en Martin Hellwig. Beide wetenschappers zijn auteur van een invloedrijke studie Fallacies, Irrelevant Facts, and Myths in the Discussion of Capital Regulation: Why Bank Equity is Not Expensive (2011). Het stuk is een pleidooi voor fors hogere kapitaaleisen voor banken. In de studie wordt ook bestreden dat bancaire funding met behulp van aandelenkapitaal duur zou zijn. Admati en Hellwig betogen dat banken juist fors herkapitaliseerd moeten worden en dat dit niet tot sociale kosten zou moeten leiden aangezien de rendementsdoelstelling voor beter gekapitaliseerde banken zal dalen. Daarbij moet wel de subsidie die er is op funding door vreemd vermogen (rentelasten kunnen worden afgetrokken van het resultaat) worden afgeschaft.

In hoeverre deze argumentatie correct is laten we hier buiten beschouwing. Waar ik wel op in wil gaan is hun stelling dat de solvabiliteit van banken ook weer gestuurd moet worden op een eenvoudige leverage ratio in plaats van een risicogewogen kapitaalsratio. Die laatste ratio stelt dat een bank een minimale hoeveelheid eigen vermogen moet aanhouden als ratio van de risicogewogen activa. Dikwijls worden deze risicogewogen activa aangeduid met de Engelse term Risk-Weighted Assets (RWA).

Pleidooien voor een ongewogen kapitaalsratio maken vaak gebruik van het argument dat RWA gemanipuleerd worden door de banken. Door hun RWA kunstmatig laag te houden kunnen de banken gemakkelijker aan hun vereiste kapitaalsratio voldoen, is de bewering.

De genoemde studie van Admati & Hellwig stelt hierover:

As discussed in Brealey (2006) and Hellwig (2010), this system [of risk weights, MF] is easily manipulable and can lead to distortions in the lending and investment decisions of banks.

De studie van Hellwig (2010) waarnaar wordt verwezen (Capital Regulation after the Crisis: Business as Usual?, July 2010) stelt dat er grote problemen zijn met de risicoweging. Volgens hem wordt de risicoweging ten onrechte gebruik door de bancaire sector om hun kapitaalsbehoefte naar beneden te managen, waarbij het Basel comité en de toezichthouders zich hebben laten manipuleren door de banken:

The regulatory community knew that risk calibration was mainly a tool to reduce capital requirements. However, they also knew that, in discussions about risk management, they were no match for the industry.

Hellwig concludeert dat banken hogere kapitaalsbuffers moeten hebben en dat deze buffers vastgesteld moeten worden op basis van het balanstotaal zonder de risicoweging.

Deze conclusie wordt mijns inziens te snel getrokken zonder dat een goede afweging wordt gemaakt tussen de pro’s en con’s van risicoweging. Wij laten dit nu buiten beschouwing en gaan in op de vraag of het klopt dat RWA’s gemanipuleerd worden.

Evidence gering, maar wel nieuwe Basel studie

De beschikbare evidence ten aanzien van RWA verschillen tussen banken is gering.(1)

In dat kader is wel eerder deze maand een interessant nieuw rapport uitgekomen van het Basel Comité, Regulatory Consistency Assessment Programme (RCAP), Analysis of risk-weighted assets for credit risk in the banking book, July 2013.

Het bijzondere van dit rapport is dat het een onderzoek beschrijft waarin RWA verschillen tussen banken niet alleen vanuit een top down analyse (bancaire data die beschikbaar is bij de toezichthouders) wordt beschreven maar ook vanuit een bottom up analyse. Deze bottom up analyse is vormgegeven aan de hand van een hypothetische kredietportefeuille, die naar alle deelnemende banken is gestuurd (32 systeembanken wereldwijd) met het verzoek voor deze hypothetische portefeuille de relevante risicoparameters (PD’s en LGD’s) vast te stellen.

De hypothetische portefeuille bestond uit kredieten uit de wholesale lending portefeuille, zoals leningen aan bedrijven, banken en overheden.

Kort samengevat komt de uitkomst op het volgende neer.

De grootste verschillen die top down studies vinden tussen RWA grootheden van banken, zijn te verklaren uit verschillen in portefeuille. Het gaat dan zowel om de samenstelling van de kredietportefeuille over de categorieën retail klanten, corporate klanten, banken en overheden, maar ook om de portefeuillesamenstelling binnen deze categorieën. De risk appetite kan verschillen van bank tot bank en daarmee dus ook de kredietacceptatiecriteria. Ten aanzien van deze RWA verschillen geeft het Basel Comité aan:

RWA variation of this type is consistent with the greater risk sensitivity intended by the Basel framework.

Deze verschillen, op basis van portefeuilleverschillen, betreft 75% van de totale gevonden RWA variatie.

Een tweede verklaring van de RWA verschillen betreft practice-based verschillen. Dit zijn verschillen in de toepassing van de RWA methodiek door individuele banken. Een deel van de practice-based verschillen is te verklaren uit verschillen van Basel II toepassing door nationale overheden. Overheden hebben namelijk een bepaalde mate van nationale discretie bij het toepassen van regels rond minimale waardes van risicoparameters of het toestaan van het gedeeltelijke gebruik van geavanceerde modellen.

De analyse van het Basel Comité stelt dat deze afgedwongen verschillen in toepassingen zo’n 8% beslaan van de RWA variatie.

RWA differences explained (based on BCBS, Regulatory Consistency Assessment Programme (RCAP), Analysis of risk-weighted assets for credit risk in the banking book, July 2013)

RWA differences explained (based on BCBS, Regulatory Consistency Assessment Programme (RCAP), Analysis of risk-weighted assets for credit risk in the banking book, July 2013)

Vraag is dan of de resterende 17% onder manipulatie valt. Hiervoor is vooralsnog geen bewijs gevonden. Het Basel II raamwerk staat binnen de categorie interne modellen twee aanpakken toe, de “foundation approach” (alleen Probability of Default modellen) of de “advanced approach” (zowel PD modellen als Loss Given Default modellen). Dit is een voorbeeld van een toegelaten verschil. Daarnaast kunnen banken verschillende inzichten hebben rond het toepassen van conservatisme-opslagen, de exacte default definitie en aanpassingen in verband met de economische cyclus.

Belangrijke verschillen waren ook toewijsbaar aan verschillende inzichten rond de LGD voor overheden. De vraag hierbij is: hoeveel valt er uit te winnen na een sovereign default. Zonder specifieke regels op dit punt is het niet verbazingwekkend dat in de praktijk hierover veel verschil van inzicht ontstaat. Er is nauwelijks relevante data op dit gebied beschikbaar.

Way forward

Nader onderzoek blijft nodig. Het sample van 32 banken is natuurlijk vrij klein (zij het dat dit wel systeembanken zijn). Tevens is het zaak om ook verschillen te onderzoeken in de retail portefeuille.

Verdere harmonisatie zal worden bewerkstelligd door aanvullende regels en guidance vanuit het Basel Comité. Een prescriptieve aanpak voor bijvoorbeeld de sovereign LGD’s zou geen slecht idee zijn. Ook is verdere disclosure in het kader van de derde Pilaar nodig, met name over de portefeuille mix. Het Basel Comité is ook voornemens om de verschillende aanpakken tussen de landen verder te harmoniseren. Er zullen dus minder nationale vrijheden zijn.

Een belangrijke constatering is ook dat de variatie in de categorie “other” niet één-op-één onwenselijk hoeft te zijn. Dat banken verschillend aankijken tegen risico is ook goed: het vermindert het systeemrisico dat ontstaat als banken en bloc een verkeerde risico-inschatting maken. Het Basel Comité geeft dit ook zelf aan:

There are important trade-offs between potential measures to harmonise practices on the one hand and some of the other objectives of the Basel framework on the other, such as providing flexibility to accommodate differences in risk appetite and local practices, and providing incentives for risk management improvements to achieve greater accuracy in risk measurement and capital calculations. In addition, from a financial stability perspective, some diversity in risk management practices is desirable to avoid uni-directional behaviour that could become a source of instability.

Voor de ongenuanceerde bewering dat RWA grootheden worden gemanipuleerd is geen hard bewijs te vinden.

(1) De genoemde Basel studie bevat een review van bestaande studies naar RWA verschillen. Conclusie van deze review is dat de verschillen zowel risk-based zijn als practice-based, met uiteenlopende bijdrages. Ook wordt gesteld dat er geen “conclusive evidence regarding the specific causes of RWA difference” is.

Advertenties

Over Folpmers
Financial Risk Management consultant, manager van een FRM consulting department, bijzonder hoogleraar FRM

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s