Pay-to-Fly programma is uitbuiting

Op 26 juli 2013 berichtte het NRC dat jonge piloten luchtvaartmaatschappijen moeten betalen om te mogen vliegen op commerciële vluchten.

In feite is hier sprake van een negatief loon. Vaak hebben jonge piloten al een studieschuld door hun dure particuliere opleidingen (kosten: 90 à 120 duizend euro). Door de “ pay to fly” programma’s worden ze gedwongen zich nog dieper in de schulden te steken. Ze hopen zo de kans op een betaalde baan te verhogen.

Staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu, PvdA) heeft eerder dit jaar aangegeven dat zij niet gaat ingrijpen in deze situatie. Het NRC haalt het kamerstuk aan waarin zij in april 2013 aan de Tweede Kamer schreef dat het aan de piloot zelf is “om te bepalen of de mogelijk sterkere positie op de arbeidsmarkt hem de extra investering waard is.” NRC vat het standpunt van de staatssecretaris samen als:

Piloten zijn oud en wijs genoeg om zichzelf te redden, met andere woorden.

Opvallend is dat in de aangehaalde kamerbrief ook staat dat het kabinetsbeleid gericht is op een “level-playing field”:

Het Kabinetsbeleid is erop gericht dat de luchtvaartsector zich middels een level-playing field, kan ontwikkelen en bijdragen aan de werkgelegenheid in brede zin.

De situatie doet zich voor als gevolg van de sterke positie van de luchtvaarmaatschappijen ten opzichte van jonge piloten. Ook speelt mee dat piloten een type rating dienen te behalen om met een specifiek toestel te kunnen vliegen. De piloten zijn van de luchtvaartmaatschappijen afhankelijk om deze type rating te behalen.

De situatie is een typische toepassing van een monopsonie. In deze marktvorm heeft de inkoper alle macht over vele, concurrerende leveranciers. Bij de luchtvaartmaatschappijen gaat het om een beperkt aantal maatschappijen die de internationaal concurrerende factor arbeid inhuren.(1) De monopsonie is een tegenhanger van de situatie waarbij een monopolist de macht heeft over zijn klanten. De monopolist is enig aanbieder en zal zijn winst maximeren door de output te beperken en de prijs te verhogen. De uitkomst is optimaal voor deze monopolist maar niet voor de maatschappij. De overheid stelt zich daarom terecht ten doel om marktmisbruik door monopolisten tegen te gaan. Dit geldt zowel voor de Nederlandse als voor de Europese machthebbers.

Monopsonie: minder werkgelegenheid, lager loon

De situatie van een monopsonie wordt in onderstaande figuur verklaard.(2)

Er is sprake van een stijgende arbeidsaanbodcurve (blauwe curve): een hoger loon (y-as) leidt tot een hoger aanbod van werk (x-as).

De marginale arbeidskosten worden weergegeven in de groene curve. De curve geeft de extra kosten weer van een extra eenheid arbeid.

Monopsony

Monopsony

De producent heeft te maken met een productiefunctie waaruit de marginale opbrengsten van arbeid kunnen worden afgeleid (rode curve). Aanvankelijk stijgen de marginale opbrengsten, doordat de producent schaalvoordelen kan realiseren. Na een zeker optimum dalen de marginale opbrengsten van extra arbeid: na de optimale schaalomvang stijgen de coördinatie kosten, de bureaucratie neemt toe en werknemers kunnen elkaar voor de voeten gaan lopen.

De monopsonist maximeert zijn winst door het productieniveau op te zoeken waarbij de marginale opbrengst gelijk is aan de marginale arbeidskosten. In de figuur gebeurt dat bij een hoeveelheid aan arbeid van 20. Via de verticale stippellijn kunnen we het punt opzoeken op de arbeidsaanbodcurve (de blauwe curve dus) dat het loon aangeeft.

Het loon dat de monopsonist biedt is beduidend lager dan het loon dat in een concurrerende arbeidsmarkt tot stand zou zijn gekomen. Bij een ruimende markt zou er een loon ontstaan dat gelijk is aan het hogere punt op de arbeidsaanbodcurve, namelijk dat punt waarbij deze curve de curve met de marginale opbrengsten van arbeid (de rode curve dus) doorkruist. Kenmerkend voor dit punt is dat er sprake is van meer inzet van arbeid (meer werkgelegenheid dus), een hogere productie en een hoger loon.

Met beide uitkomsten kan de welvaartsimpact van monopsonie worden geanalyseerd. Monoposonie leidt tot maatschappelijke kosten (er is minder output en werkgelegenheid) en tot een algemeen unfair geachte overdracht van werknemerssurplus naar producentensurplus. Wij zullen in deze bijdrage niet verder ingaan op de welvaartsimpact.

Negatief loon

Is het mogelijk de curves ook zodanig te tekenen dat er sprake is van een negatief loon bij monopsonie? Ja, dat kan. Het enige dat in het model aangepast hoeft te worden is de intercept van de arbeidsaanbodcurve. Onderstaande figuur geeft de situatie weer.

Monopsony with Negative Wage

Monopsony with Negative Wage

Het negatieve loon kan ontstaan als er een aanzienlijke populatie is die zijn arbeid voor een negatief loon wil aanbieden. De monopsonist kan die situatie exploiteren.

“Oud en wijs genoeg”?

Er kunnen diverse redenen zijn dat de jonge piloten hun arbeid voor een negatief loon willen aanbieden. Dit heeft te maken met de geringe onderhandelingspositie van de jonge piloten met internationaal concurrerende werkzoekenden, de macht van de grote maatschappijen, de specificiteit van de opleiding (de type rating) en de deadlock situatie van een dure particuliere opleiding die pas kan renderen na voldoende praktijkuren.

Het zal voor de piloten niet makkelijk zijn om deze situatie te doorbreken. De jonge piloten zouden zich internationaal kunnen organiseren om zo een countervailing power te kunnen vormen tegen de machtige luchtvaartmaatschappijen. In de praktijk zal dit lastig te organiseren zijn en voor individuele piloten zal steeds een loyaliteitsvraagstuk spelen als zij in de gelegenheid worden gesteld om te kunnen vliegen zonder dat aan een fair contract is voldaan.

Dat betekent dat overheidsingrijpen nodig is. Complicerende factor is wel dat Nederland hierin niet alleen staat. Het Ministerie wijst in de aangehaalde kamerbrief terecht op het internationale karakter van de arbeidsmarkt voor jonge piloten.

Het principe blijft echter: de overheid dient kartels te breken. Met monopsonie is dat niet anders.

Het categorisch afwijzen van overheidsingrijpen (à la de NRC-parafrase: piloten zijn oud en wijs genoeg) door staatssecretaris Mansveld is dan ook te kort door de bocht. Dat de kamerbrief tegelijk aangeeft dat het kabinetsbeleid gericht is op een level-playing field en een bijdrage aan de werkgelegenheid, is des te meer stuitend.

(1) Zuiverder zou zijn om dus van een oligopsonie te spreken. Aangezien dit een zeer zeldzaam woord is houden we het bij monopsonie.

(2) Het voorbeeld is gebaseerd is op J.M. Henderson, R.E. Quandt, Microeconomic Theory, A Mathematical Approach, McGraw Hill, 3rd Edition

Advertenties

Over Folpmers
Financial Risk Management consultant, manager van een FRM consulting department, bijzonder hoogleraar FRM

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s