Debunking Banker Bashing: brain-drain van talent naar financiële sector onvoldoende aangetoond

De financiële sector heeft dankzij de vèrgaande liberalisatie van financiële regelgeving in de jaren 1980-2005 financieel talent als een magneet naar zich toegetrokken. Hierdoor was er minder hooggekwalificeerd personeel beschikbaar voor de reële economie, waardoor deze een lagere productiviteit heeft kunnen realiseren dan sociaal optimaal was geweest. Financiële liberalisatie heeft een brain-drain van talent veroorzaakt en zo de reële economie, en met name de R&D intensieve sectoren, geschaad.

Dit is in een notendop de conclusie van een opmerkelijke working paper die door DNB is gepubliceerd in september 2013.(1)

In het rapport worden ‘extraordinary compensation packages’ genoemd die de brain-drain tot stand hebben gebracht.

Government bailouts in the wake of the financial crisis sparked public outrage over the extraordinary compensation packages received by financial sector employees.

In het NRC van 5 september 2013 wordt de conclusie van het onderzoek samengevat als:

De groei van de banksector ging ten koste van andere sectoren.

Hoe onderbouwt de DNB working paper deze claims? En is de onderbouwing geloofwaardig?

Transmissiemechanisme via loon wordt niet hard gemaakt

In het rapport wordt een aantal regressievergelijkingen geschat aan de hand van data die in principe per land (13 landen), per sector (13 sectoren), per jaar (1980-2005) is.

Allereerst wordt een index voor financiële liberalisatie (deze is per land per jaar beschikbaar) in een regressiemodel als verklaring gebruikt voor het aantal hoogopgeleide werknemers in de financiële sector, het loon in de financiële sector, alsmede enkele land-specifieke drivers.

Hoewel de studie een significante invloed vindt van financiële liberalisatie op het aantal hoogopgeleide werknemers in de financiële sector, is dat niet het geval voor de invloed van financiële liberalisatie op het loon in de financiële sector.(2) Dit is geen sterke onderbouwing voor de vergaande claims die de studie maakt (‘brain-drain’, ‘magneet’).

Het onderbouwt namelijk niet het transmissiemechanisme via het loon. De redenering verloopt namelijk via de stappen: financiële liberalisatie > meer loon in financiële sector > brain-drain van reële economie naar banken > minder productiviteit in reële economie. De studie claimt dat via relatieve salarisverschillen hoogopgeleide mensen uit de reële economie naar de financiële sector worden gelokt.

De auteur ziet zelf ook het probleem dat met de data geen invloed van financiële liberalisatie op het loon in de financiële sector kan worden vastgesteld, en stelt:

The insignificant effect of liberalization on compensation in finance might partly be due to data shortcomings. The compensation data include wages, supplements and bonuses, but do not capture income from exercising stock options.

Met dit soort uitvluchten kun je natuurlijk elke gewenste doelredenering opzetten. Blijft staan dat een cruciale schakel in het geclaimde transmissiemechanisme in de studie niet aangetoond kan worden.

Inzoomen op Nederland

In de studie worden alleen regressieresultaten gepresenteerd op het niveau van het totale panel aan landen. Het is een serieuze tekortkoming dat de resultaten niet per land kunnen worden beoordeeld. Ik zou graag willen weten of de geclaimde brain-drain ook specifiek in Nederland heeft plaatsgevonden. Indien de ontwikkelingen inderdaad het ‘sociale optimum’ zouden verstoren zou corrigerend beleid op landelijk niveau op zijn plaats zijn. De studie geeft echter geen enkel resultaat op landniveau.

Zou specifiek voor Nederland aan te tonen zijn dat de financiële sector voor de 2008-crisis als een magneet op talent heeft gewerkt als gevolg van de toegenomen liberalisatie? Ik denk dat dat lastig is aan te tonen is aangezien de index voor Nederland waarschijnlijk weinig beweging heeft gehad. Deze was volgens de studie in 1980 gelijk aan 0,774 en in 2005 gelijk aan 1. Ik betwijfel of je met een dermate geringe beweging de forse claims rond de brain-drain voor Nederland kunt verklaren.

De studie geeft een nogal eenzijdig beeld van de impact van de financiële liberalisatie index, waarbij hoge waardes direct worden geassocieerd met een (te) grote financiële sector. Het hervormen van financiële markten en ze daarmee toegankelijk maken voor investeerders heeft aantoonbaar geleid tot economische groei, stijgende productiviteit en dalende armoede.

Salarisontwikkeling in de financiële sector

Voor Nederland zijn geen buitengewoon grote salaristoenames te constateren in de financiële sector ten opzichte van de andere sectoren. Onderstaande grafiek is gemaakt aan de hand van indexdata van CBS Statline voor de CAO lonen.

ontwikkeling CAO lonen per SBI sector (bron: CBS Statline)

ontwikkeling CAO lonen per SBI sector (bron: CBS Statline)

Ter verduidelijking is de serie voor de financiële sector gemarkeerd met cirkels en die voor industrie (waar relatief veel R&D plaatsvindt) met diamanten. Hoewel de loonstijging sinds 2000 voor de financiële sector groter is dan die van de industrie zijn de verschillen niet schokkend. Dit wijst niet op de in het rapport genoemde ‘extraordinary compensation packages’.

Geen evidence voor brain-drain in Nederland volgens andere studies

Wordt er in andere studies ook gewezen op de ‘brain-drain’ naar de financiële sector?

Voor de Nederlandse situatie is in februari 2013 een rapport verschenen van het SEO inzake mobiliteit van technisch personeel.

Dit rapport bestudeert zowel intrasectorale mobiteit (dus verandering van baan binnen een sector) als intersectorale mobiliteit (het aannemen van een baan in een andere sector).

Het rapport geeft een aantal moeilijkheden weer van het meetbaar maken van intersectorele migratie en stelt vervolgens:

Kortom, de informatie die momenteel voorhanden is biedt nog te weinig houvast om uitspraken te doen over de uitstroom uit techniek en de vraag of veel technici verloren gaan. Wel is het duidelijk dat veel techniek-opgeleiden in niet-technische functies terechtkomen, dat gaat deels over de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Over bewegingen van baan naar baan is te weinig bekend. De omvang van stromen in absolute en relatieve zin is niet bekend, zeker niet tussen sectoren.

Hierbij zij opgemerkt dat het SEO rapport met name gaat over technisch personeel. Deze groep valt misschien niet één-op-één samen met hoogopgeleid personeel waar de DNB working paper over gaat, hoewel ook die met name duidt op technisch personeel dat switcht tussen R&D intensieve sectoren en de financiële sector.

Het R&D * Liberalisatie interactie-effect

In de studie wordt nog een tweede regressievergelijking gepresenteerd waarin economische productiviteit per sector wordt verklaard door een aantal factoren waaronder het gecombineerde effect van R&D intensiteit per sector en financiële liberalisatie (interactie-effect).

De achterliggende redenering is: als voor het interactie-effect een significante negatieve coëfficiënt wordt geschat, dan is aangetoond dat R&D intensieve sectoren, die juist hoogopgeleid personeel nodig hebben, geschaad zijn in hun groei als gevolg van de financiële liberalisatie.

De studie vindt hier een significante negatieve coëfficiënt. De studie concludeert dan ook:

Financial deregulation disproportionally reduces the contributions of labour productivity and total factor productivity in R&D-intensive sectors.

Ook hier heb ik mijn twijfels en die hebben met de gebruikte data te maken. De studie geeft hier uitkomsten op geaggregeerd panel niveau, terwijl juist de uitkomsten per land interessant zijn. Met als subvraag: geldt het verband ook specifiek voor Nederland?

Een zwakte is hier dat de gehanteerde R&D intensiteit indicator niet land-specifiek is. De R&D intensiteit per sector kan natuurlijk enorm van land tot land uiteenlopen als gevolg van het fenomeen van R&D agglomeraten. R&D vindt vaak geografisch geclusterd plaats vanwege de te behalen schaalvoordelen.

Een tweede manco van de R&D indicator is dat deze statisch is over de gehele periode. Mijn bezwaar is: hoe kun je dermate sterke conclusies trekken ten aanzien van flows (‘brain-drain’) als gebruik wordt gemaakt van een statische indicator bij de schatting van het interactie-effect waar bijna de gehele conclusie op is gebaseerd?

En bij de schatting van dit interactie-effect wordt ook de financiële liberalisatie index gebruikt waarvan wij reeds eerder aangaven dat deze voor Nederland weinig beweging heeft gekend in de onderzochte periode.

Het lijkt me dan ook niet dat voor Nederland aangetoond is dat financiële liberalisatie tot een brain-drain en productiviteitsverlies van de reële economie heeft geleid. De studie geeft geen inzicht in de ontwikkeling per land en gebruikt voor de belangrijkste schatting (de coëfficiënt van het interactie-effect) een statische R&D indicator die bovendien niet Nederland-specifiek is, alsmede een weinig beweeglijke financiële liberalisatie index.

So what? Aanpassingsmechanismen van de arbeidsmarkt

Zelfs al zou sprake zijn van een brain-drain dan zou je je nog kunnen afvragen wat het probleem is. Het eerder geciteerde SEO rapport wijst op een aantal aanpassingsfactoren die een tekort aan technici kunnen tegengaan. De factoren zijn één-op-één toepasbaar op het tekort aan hoogopgeleid personeel in R&D-intensieve sectoren waar de DNB working paper op wijst:

Daarnaast kent de arbeidsmarkt nog andere aanpassingsmechanismen om tekorten op te lossen: hogere lonen, aantrekken van buitenlandse werknemers, arbeidsbesparende technologieën of een andere organisatie van arbeid op de werkvloer.

Conclusie: DNB working paper berust op doelredenering

Ik kan niet anders concluderen dan dat de DNB working paper een doelredenering bevat. Het geclaimde magneet-effect, waarbij financiële liberalisatie heeft geleid tot een migratie van hoogopgeleid personeel van de R&D intensieve sectoren naar de banken en zo tot een productiviteitsverlies, is onvoldoende aangetoond.

De DNB working paper spreekt van stroom van talent naar de financiële sector. Het gevolg is dat de reële economie beneden het sociale optimum presteert. Als de studie geen resultaten per land presenteert, is het onmogelijk te verifiëren of dit ook specifiek voor Nederland geldt. Daarnaast heb ik twijfel of het effect met de gehanteerde methodologie en data wel specifiek voor Nederland kàn worden aangetoond.

Het transmissiemechanisme via een loonverschil kan niet met behulp van loondata van het CBS voor de Nederlandse situatie worden gerepliceerd. Ook de studie zelf vindt voor het panel geen significante invloed van de liberalisatie op de lonen in de financiële sector. Hiermee is een belangrijke schakel in het geclaimde transmissiemechanisme niet aangetoond.

Voor Nederland is door mij geen bevestiging voor de geclaimde intersectorale migratie terug te vinden in ander onderzoek.

Tenslotte kan men zich afvragen of de geclaimde brain-drain, áls deze al plaats zou vinden, een probleem zou zijn. Er zijn namelijk aanpassingsmechanismen als het aanbieden van hogere lonen in de R&D intensieve sectoren en het aantrekken van buitenlands personeel.

(1) C. Kneer, Finance as a Magnet for the Best and the Brightest: Implications for the Real Economy, Working Paper N0. 392, September 2013

(2) De variabele Hourly compensation is niet significant, de variabele relative hourly compensation heeft slechts een significantie van 10% (en niet van 5%).

Advertenties

Over Folpmers
Financial Risk Management consultant, manager van een FRM consulting department, bijzonder hoogleraar FRM

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s