Pensioen inzetten voor aflossen woning geen wondermiddel

In een interessante bijdrage van de hoogleraren Lans Bovenberg en Bas Jacobs (NRC en MeJudice van 11 oktober 2013) wordt gepleit om werknemers met restschulden eenmalig in staat te stellen hun pensioenrechten te verzilveren om met het kapitaal hun hypothecaire schuld te verminderen.

Hoewel dit idee prima past in het breed gedragen maatschappelijke streven om balansen van huishoudens en financiële instellingen te verkorten, zitten er vele haken en ogen aan.

Geen duidelijke uitwerking

In de eerste plaats is de constructie niet helemaal duidelijk uitgewerkt. Enerzijds lijkt het erom te gaan dat werknemers hun opgebouwde pensioenrechten kapitaliseren en daarmee een deel van hun hypotheekschuld aflossen, anderzijds is sprake van een lening van het pensioenfonds aan de deelnemer met het opgebouwde pensioen als onderpand. (‘Het pensioenfonds geeft huishoudens dan feitelijk een lening om hun restschuld aan de bank af te lossen, waarbij het pensioen in plaats van de eigen woning onderpand is.’) Wanneer echter het pensioenfonds als bank gaat fungeren door de deelnemers in staat te stellen hun pensioenrechten te belenen, komt er van de gewenste balansverkorting natuurlijk niets terecht.

Tevens vraag ik mij af waarom de verzilveringsoptie alleen geldt voor de werknemers met een restschuld. Is dat niet unfair voor huiseigenaren die prudent hebben gekozen voor een lage Loan-to-Value en daardoor minder kans maken op een restschuld? Zij mogen kennelijk niet profiteren van de verzilveringsoptie van de hoogleraren Bovenberg/Jacobs.

Perverse invloed van doorsneepremie

Het belangrijkste bezwaar is echter het volgende: werknemers zullen een prikkel moeten hebben om hun pensioenrechten te kapitaliseren om daarmee een deel van de hypotheekschuld af te betalen. De hoogleraren Bovenberg en Jacobs geven aan dat de omzetting fiscaal neutraal dient te gebeuren. Dat betekent dat het aflossen geen fiscaal nadeel als gevolg van gemiste hypotheekrenteaftrek mag opleveren noch gemiste fiscale facilitering van de vermogensopbouw in de vorm van pensioen. Maar dat levert nog geen prikkel op zodat werknemers deze omzetting ook wensen en er gebruik van gaan maken. Het voordeel zal er in moeten zitten dat de door de aflossing uitgespaarde toekomstige hypotheeklasten een grotere contante waarde hebben dan het pensioenkapitaal dat voor de constructie wordt aangewend.

Het zwakke aan het plan is dan ook dat, als gevolg van de doorsneepremie, jongeren voor een euro pensioenpremie een lagere waarde krijgen toegekend dan ouderen. Dat komt doordat hun rechten verder in de tijd liggen waardoor ze over meer jaren verdisconteerd worden. Ook is de kans voor hen om de pensioengerechtigde leeftijd te bereiken lager dan voor iemand die dicht tegen deze leeftijd aanzit. Als gevolg van deze beide factoren krijgen jongeren voor hun premie pensioenrechten toegekend die in feite lager in waarde zijn dan hun inleg. Voor ouderen is dat andersom. Het omslagpunt ligt rond de 43 jaar en het effect wordt versterkt naarmate de rente stijgt. De doorsneepremie staat aan de basis van de afgedwongen solidariteit tussen generaties.

Invloed van doorsneepremie

Invloed van doorsneepremie

Veel pensioendeskundigen kijken momenteel kritisch naar de doorsneesystematiek. Het systeem is een bijzonder slechte deal voor jongeren als zij voor het genoemde omslagpunt stoppen met het verder opbouwen van pensioenrechten doordat zij bijvoorbeeld zich zelfstandig vestigen.

De doorsneeproblematiek verhindert een faire werking van de verzilvering die de hoogleraren Bovenberg/Jacobs voorstaan. Jongeren hebben onevenredig weinig rechten opgebouwd voor hun pensioenpremie en kunnen daarmee dus onevenredig minder profiteren van de verzilvering.

Dat de fiscale behandeling van de waardeoverdracht volgens het plan van de hoogleraren gunstiger moet uitpakken voor jongeren dan voor ouderen doet niets aan dit bezwaar af. De fiscale behandeling dient namelijk neutraal te zijn volgens de hoogleraren. De behandeling dient er niet toe om jongeren te compenseren voor de relatieve verliezen die zij lijden als gevolg van de verzilvering ten opzichte van oudere werknemers.

Overdracht van pensioenprobleem naar woningmarkt

Het verzilveringsplan transfereert daarmee de problemen van de doorsneeproblematiek van de pensioenmarkt naar de woningmarkt. Ik raad om deze reden de voorgestelde beleidsmaatregel rond de verzilveringsoptie af. Eerst moeten de deelmarkten van pensioenen en woningen hervormd worden, alvorens deze eventueel met elkaar in verband gebracht moeten worden.

Advertenties

Over Folpmers
Financial Risk Management consultant, manager van een FRM consulting department, bijzonder hoogleraar FRM

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s