UFR bemoeilijkt consistente prudentiële toezichtslijn voor pensioenfondsen

Uit het interview met DNB bestuurder Joanne Kellermann (FD 5 december 2013) blijkt hoe moeilijk het is om de rekenrente kunstmatig op te trekken en tegelijk een consistente prudentiële lijn te bewaken. In het interview geeft mevrouw Kellerman aan dat pensioenfondsen met indexeren moeten wachten totdat sprake is van duurzaam herstel. De kortetermijnprikkel om te indexeren zullen pensioenfondsen volgens haar dus moeten onderdrukken totdat er structureel sprake is van overdekking.

In het interview wordt ingegaan op de driemaandsmiddeling van de rente. Deze driemaandsmiddeling wordt toegepast om de technische reserves en daarmee de dekkingsgraad minder afhankelijk te maken van ‘dagkoersen’. DNB is niet van plan om deze driemaandsmiddeling weer in te trekken als dat de fondsen beter uit zou komen. Hierbij wordt geredeneerd dat ofwel sprake is van dagkoersen ofwel van een driemaandsmiddeling die mogelijk op dit moment negatief uitpakt. “Het is van tweeën één.”

Daarbij wordt aangegeven dat pensioenfondsen lering moeten trekken uit de crisis. Als de rente laag is mag niet wordt geredeneerd dat die rente binnenkort wel weer omhoog gaat.

Inmiddels heeft ook de commissie UFR haar rapport gepubliceerd. De commissie beveelt aan de UFR systematiek te handhaven, waarmee de rekenrente vanaf het 20-jaars punt kunstmatig omhoog wordt getrokken. Wel stelt de commissie een afwijkend algoritme voor om dit te doen ten opzichte van de oorspronkelijke plannen en stelt de commissie voor om het niveau van de UFR te laten bepalen door het 10-jaars gemiddelde van de 20-jaars forward rate. Daarmee komt de commissie uit op een UFR van 3,9% in plaats van het eerder gehanteerde percentage van 4,2%.

DNB heeft in oktober 2013 aangegeven bij de berekening van de rekenrente voorlopig niet mee te gaan met de commissie en in 2014 de rekenrente nog te berekenen door vanaf het 20-jaarspunt uit te gaan van de hogere UFR van 4,2%. Dat betekent dat er aanzienlijk ingegrepen wordt op de rentetermijnstructuur zoals deze naar voren komt uit de huidige lage swap rentes en dat deze vanaf het 20-jaarspunt fors omhoog wordt getrokken naar uiteindelijk een niveau van 4,2%.

Is dit beleid conform de principiële houding dat fondsen moeten leren leven met lage rentes? En dat de fondsen er rekening mee moeten houden dat deze rentes nog wel eens langere tijd laag kunnen blijven? Ik denk het niet. Ook hier geldt: het is van tweeën één. De situatie geeft aan hoe moeilijk het is om met een UFR de marktrentes te overrulen, terwijl men tegelijkertijd een prudentieel beleid wil voeren waarin rekening gehouden moet worden met structureel lage rentes.

Advertenties

Over Folpmers
Financial Risk Management consultant, manager van een FRM consulting department, bijzonder hoogleraar FRM

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s