CDAWI Rapport inzake Pensioen: Preek, Paper en Pamflet

In de eerste plaats kunnen we stellen dat het rapport van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA (CDAWI) één van de beste en meest eigentijdse bijdrages aan de pensioendiscussie is van de afgelopen jaren.(1)

Het rapport presenteert een net overzicht van de historische en juridische aspecten van pensioen. Vervolgens wordt geconstateerd dat het huidige Defined Benefit stelsel onvoldoende geschikt is om om te gaan met de vergrijzing en de economische crisis.

Het rapport stelt voor om af te stappen van het DB stelsel (2013: 91% van de deelnemers) en over te stappen op een stelsel dat het CDAWI aanduidt met het oxymoron ‘collectief individueel defined contribution’ (CIDC). Kort gezegd komt het erop neer dat er sprake is van individuele rekeningen, in combinatie met een collectieve uitvoering en deling van het langleven- en nabestaandenrisico.

Het belangrijke voordeel van dit systeem is de koppeling tussen premie en pensioenpbouw: you get what you pay for. Hiermee is de doorsneepremie afgeschaft die garant staat voor een exorbitante transfer van vermogen van jong naar oud zoals het CPB in oktober 2013 becijferde. Het CPB betitelde deze overdracht terecht als ‘onrechtvaardig’. Tevens toont het CPB aan dat het systeem inefficiënt is: het kost deelnemers gemiddeld 8% van het aanvullend pensioeninkomen. Ook is er het probleem van de ‘onvolledige carrières’: besluit iemand om na een vast dienstverband op zijn 45ste als ZZP’er verder te gaan, dan heeft deze persoon zo’n 35% pensioenpremie teveel betaald.

Het CDAWI rapport zou je dus als een opvolger kunnen zien van het CPB rapport omdat het voortborduurt op de probleemanalyse van het CPP en als oplossing het CIDC voorstelt.

Is er dan niets aan te merken op het rapport? Ik denk het wel.

Paper en Preek in één

Het rapport hanteert verschillende stijlen. In de eerste plaats de stijl van een wetenschappelijk paper qua opbouw en redeneertrant. Het heeft nette verwijzingen en 139 voetnoten.

Tegelijkertijd is de redenering in het rapport ingegeven vanuit een christendemocratische overtuiging. Dat komt bijvoorbeeld tot uiting op p.12:

Het Nederlandse stelsel past goed bij de CDA kernwaarden als rentmeesterschap (het stelsel kent kenmerken waarin goed beheer centraal staan), solidariteit (zowel in eerste als tweede pijler zijn er solidaire mechanismen ingebouwd) en gespreide verantwoordelijkheid (rol voor individu, sociale partners en overheid)

En op p. 48:

In deze paragraaf gaan we dit pensioenstelsel wegen op basis van een aantal christendemocratische criteria (rentmeesterschap/houdbaarheid, gespreide verantwoordelijkheid en solidariteit/toegankelijkheid).

Een duidelijk voorbeeld is ook te vinden op p. 43:

Vanuit christendemocratisch oogpunt willen we spaarzin stimuleren, en vanuit dat oogpunt zou het onwenselijk zijn als mensen eerst pensioengelden moeten aanwenden voordat zij in aanmerking komen voor eventuele inkomensondersteuning.

Hier spreekt eerder de dominee dan de (economisch) wetenschapper. Vanuit economische overwegingen is het namelijk helemaal niet goed om (onbeperkt) de spaarzin te stimuleren maar is er een optimale spaarquote. Meer sparen dan het optimum leidt tot nadelige welvaartseffecten aangezien het sparen teveel ten koste gaat van de bestedingen.

Bij het lezen van de geciteerde zin bekruipt mij echter met name de vraag: wie zijn ‘we’? Spreekt hier de wetenschapper of het CDA? En gelden de in het rapport gepresenteerde conclusies wel voor alle Nederlanders of alleen die Nederlanders die de christendemocratische levensovertuiging aanhangen? In die zin is het stuk eerder een preek dan een paper.

Pamflet

Het door het CDAWI gepresenteerde voorstel van collectief individueel defined contribution (CIDC) bevat ontegenzeggelijk grote voordelen die overtuigend voor het voetlicht worden gebracht. Het grote voordeel van vaste bijdrages op individuele rekeningen is natuurlijk dat er geen sprake meer is van rekenrentes met uitwassen als de UFR. Ook kan er geen sprake meer zijn van dekkingstekorten wat het systeem automatisch isoleert van macroeconomische schokken. Met de individuele rekeningen is ook de transfer van jong naar oud beëindigd (de opbouw is actuarieel neutraal).

Het individuele stelsel maakt eventuele alternatieve aanwendingen van de pensioenpremie mogelijk, bijvoorbeeld door het geld aan te wenden voor het aflossen van de hypotheek als het huis ‘onder water’ staat.

De individuele rekeningen maken ook life-cycle beleggen mogelijk wat zal leiden tot een grotere vermogensopbouw. Voor jongeren kan nu meer risicovol belegd worden met uitzicht op een beter rendement.

Het systeem bevat een vaste premie en geen praktisch onmogelijk te waarderen onvoorwaardelijke langetermijn toezegging.

Het stelsel is collectief in de zin dat er sprake is van verplichtstelling, collectieve uitvoering en het delen van het langleven- en nabestaandenrisico.

Ondanks het feit dat er inderdaad veel te zeggen is voor het CIDC, zie ik ook nadelen van de voorgestelde aanpak. Die nadelen worden in het rapport van het CDAWI naar mijn mening onvoldoende naar voren gebracht. De tekst wil dan eerder overtuigen dan neutraal presenteren. En dat aspect maakt dat het stuk, naast een wetenschappelijk paper en een preek ook een pamflet is.

Een voorbeeld is de collectieve uitvoering door de sociale partners. Wat is er mis mee dat de deelnemers hun eigen uitvoerder kiezen? En dat deze tegen elkaar concurreren zodat in concurrentie het meest effectieve en efficiënte beheer ontstaat? Het CDAWI wil hier niet aan omdat het aangeeft dat dit zou leiden tot adverse selection die dan weer via een ingewikkelde verevening rechtgetrokken moet worden. (p.44) Maar weegt dit nadeel op tegen het grote voordeel dat marktwerking en innovatie ontstaan? En dat veel deelnemers zich niet meer herkennen in de vertegenwoordiging door de sociale partners in de pensioenfondsbesturen?

In het voorstel van het CDAWI bestaan er wel uitvoeringsorganisaties maar die worden gekozen door de sociale partners. (p. 45) Ik betwijfel of dit wel het optimale model is en hier had de discussie met iets meer distantie gepresenteerd kunnen worden.

En dus is het stuk ook een pamflet.

(1) CDAWI, Naar een solide en solidair pensioenstelsel, Januari 2014

Advertenties

Over Folpmers
Financial Risk Management consultant, manager van een FRM consulting department, bijzonder hoogleraar FRM

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s