Implementatie IFRS 9 bij banken erg moeilijk

Bij de implementatie van IFRS 9 zullen banken hun voorzieningen moeten berekenen op basis van toekomstige kasstromen, waarbij gekeken moet worden naar economische omstandigheden. Achtergrond hierbij is dat potentiële verliezen eerder erkend moeten worden en niet pas als de lening aantoonbaar problematisch is geworden, bijvoorbeeld als gevolg van achterstanden.

Potentiële verliezen worden eerder erkend

Dit klinkt allemaal zeer logisch. Het introduceren van een forward looking perspectief zodat tegenzittende marktomstandigheden worden meegenomen bij het beoordelen van de toekomstige performance van de kredietportefeuille, is verstandig en ook het meer tijdig onderkennen van potentiële problemen is een prima streven. IFRS neemt hier duidelijk afstand van het zgn incurred-loss model waarbij kredietverliezen pas veel later erkend worden, ‘too little, too late’ in de kwalificatie van het Basel Comité in een recente paper (Februari 2015) waarin het IFRS begrip van Expected Credit Loss (ECL) wordt toegepast op de bancaire portefeuille.

Kenmerkend is ook dat de voorziening (Allowance) die wordt berekend, gebaseerd is op de kans op default de komende 12 maanden. Aangezien het om default kansen gaat die nooit gelijk zijn aan nul, is er dus altijd wel een positieve Allowance (tenzij de lening zwaar over-collaterized is), ook voor een lening waar niets mee aan de hand is. Het Basel Comité (BCBS 2015, art A1; zie ook IFRS 9, art. 5.5.17 (a) ‘an unbiased and probability-weighted amount’) zegt hierover:

The Committee expects that a bank will always measure ECL for all lending exposures, and that a nil allowance will be rare because ECL estimates are a probability-weighted amount that should always reflect the possibility that a loss will occur.

ECL: 12 Months vs Lifetime

Wanneer de kredietkwaliteit van de lening ongewijzigd is ten opzichte van die bij aanvang van de lening, moet de twaalf maands ECL (12M ECL) worden berekend. Is de kredietwaardigheid echter significant verslechterd, dan moet de Lifetime Expected Credit Loss (LT ECL) worden toegepast, waarover later meer.

Bij de berekening van 12M ECL moet in ogenschouw genomen worden wat de Point In Time PD (PIT PD) is voor de lening gedurende de komende 12 maanden. Het feit dat uitgegaan moet worden van een PIT PD in plaats van een Through The Cycle PD plaatst IFRS op afstand van Basel III (hier wordt ook door het Basel Comité expliciet op gewezen, art. 8). In het verlengde hiervan moet de prospectieve PID PD afhankelijk worden gesteld van voorspellingen van macro variabelen zoals werkloosheid en rente. Dat is bij een Through The Cycle PD natuurlijk niet aan de orde.

Een formularium in continue termen

Bij de berekening van de Allowance moet PD migratie mee worden genomen. Dit leidt al snel tot ingewikkelde transitiematrices. Het lijkt mij een goed idee om de zaak te versimpelen door de Allowance formule uit te drukken in een continue functie die geïntegreerd kan worden. Daarmee wordt de 12M ECL Allowance voor een gegeven lening op de reporting date t = 0 (met t in maanden):

Formule 1

Formule 1

Cash shortfalls

Bij de berekening van de Allowance dient, in geval van een default, het verlies te worden bepaald aan de hand van de contante waarde van de cash flow shortfalls. Dat zijn de gemiste contractuele cash flows, vanaf het moment van default (in de 12M ECL formule valt dit default moment altijd ergens op een continue schaal tussen t=0 en t = 12) tot aan het einde van de uitwinningperiode (Economic Loss Term, ELT), dus de periode waarin een verlies geheel is afgewikkeld, inclusief de verkoop van het onderpand. Indien de resterende contractuele looptijd langer is, dan moet die genomen worden (RCM = Remaining Contractual Maturity).

Een extra laag aan complexiteit: de afhankelijkheid van de macro forecasts

De IFRS complexiteit is echter veel groter, aangezien PIT PD’s en uitwinningopbrengen (uitgedrukt in de cash shortfalls) afhankelijk gesteld moeten worden van economische forecasts. Het Basel paper geeft als voorbeelden de ontwikkeling van de rente en de werkloosheid.

Stel dat wij in bovenstaande formule zowel de continue PIT PD als de cash shortfalls afhankelijk stellen van een vector van voorspelde economische variabelen X, dan ziet de formule voor de 12M ECL Allowance er als volgt uit:

Formule 2

Formule 2

De continue PIT PD op tijdstip m is afhankelijk van de uitkomsten van een set van macro variabelen op hetzelfde tijdstip. Deze macrovariabelen zijn voor tijdstip m verzameld in vector X(m). Deze vector is echter stochastisch, zodat er op tijdtip m niet één default kans is maar vele default kansen, ieder met een waarschijnlijkheid die gegeven is met de Probability Density Function f(X(m)). Het domein van X duiden wij bij het integraal teken voor het gemak aan met ‘min X’ en ‘max X’. In werkelijkheid gaat het hier om een multidimensionale ruimte (met evenveel dimensies als macrovariabelen) waarover geïntegreerd dient te worden. Dit verhoogt de potentiële complexiteit nog verder. Als alleen al met de twee voorbeelden van het Basel Comité rekening wordt gehouden (rente en werkloosheid, zie BCBS 2015 art. 40) is X een bivariate stochast en dient er een dubbel integraal teken te staan. Bij nog meer macrovariabelen (BBP, inflatie, …; zie BCBS 2015 art. 28(h)) komt er een gelijk aantal dimensies en integraal tekens bij.

Voor de cash shortfalls CF in geval van een default geldt hetzelfde. Deze worden op elk tijdstip t afhankelijk van de uitkomsten van de scenarioset X(t).

Tijdsafhankelijke macro variabelen

En het wordt nog ingewikkelder als we ons realiseren dat er een tijdsafhankelijkheid zit in de vector X met voorafgaande realisaties van X. Ook is er sprake van afhankelijkheden tussen de elementen van de vector. Hier kan een vector autoregressief model voor worden geschat. Kenmerkend voor een autoregressief model is dat uitkomsten uit het verleden een huidige realisatie bepalen.

De consequentie is dat stochastische uitkomsten op tijdstip t=q afhankelijk zijn van realisaties op de tijdstippen t=p, p<q. Hiermee modelleren wij de beruchte (Point In Time) PD en LGD afhankelijkheid, wat een voorbeeld is van wrong way risk: bij slechte economische omstandigheden loopt de PD op, net als de LGD (om twee redenen: er is een lagere cure rate en een hoger verwacht verlies).

Definitie van de cash shortfalls: op basis van de contractuele cash flows

Kenmerkend voor de 12M ECL is dat de Allowance wordt gebaseerd op default events die te voorzien zijn in de komende 12 maanden, maar waarvan de verliezen ook later in de tijd kunnen liggen, tot aan het eind van de contractuele looptijd. De verliezen worden berekend als de cash shortfalls, dat zijn de geraamde kasstromen (welke ook negatief kunnen zijn in geval van uitwinningkosten) ten opzichte de contractuele rente en aflossing. Had men dus uit hoofde van rente en aflossing een kasstroom van EUR 10 verwacht maar heeft men in plaats daarvan uitwinningskosten à EUR -5 gemaakt, dan is de cash shortfall gelijk aan EUR -15.

Relatie tussen Allowance en waarde van de lening; discontering met effectieve rente naar reporting date t = 0

De Allowance is in feite een correctie op de bruto waarde van de lening (gross carrying amount). Het ligt daarom voor de hand om de waardecorrectie uit te drukken in een eurowaarde ten tijde van de rapportage datum t = 0. De kasstromen worden dan ook contant gemaakt naar die rapportage datum.

Bij de discontering wordt de effectieve rentevoet gebruikt (in de formule r). Dat is rentevoet waarmee de som van de contant gemaakt kasstromen gelijk is aan de oorspronkelijke hoofdsom van de lening en waarin rekening wordt gehouden met gedragsmatige effecten zoals vervroegde aflossing (prepayment) en/of eventuele verlengingen (extensions).

Het IFRS ECL model is consistent in zoverre dat het de effectieve rente toepast op de contractuele kasstromen. Ook is het gebruik van de contractuele kasstromen voor de cash shortfalls consistent met het gebruik van de PD’s voor de eerste 12 maanden aangezien een default event wordt bepaald op basis van het meer-dan-90-dagen-achterstand criterium of het ‘unlikely to pay’ criterium in relatie tot de contractuele verplichtingen.

Er is mijns inziens dus geen link tussen de te kwantificeren kasstromen en een gedragsmatige vervalkalender zoals deze in het kader van liquiditeitsregels (ILAAP) moet worden opgesteld. Hooguit is er een link tussen het verondersteld liquiditeitstypische verloop (waarbij embedded opties kunnen worden uitgeoefend door de klant) en de effectieve rentevoet.

Uitbreiding naar Lifetime ECL

Indien de PD(t) op reporting date t = 0 significant is verslechterd ten opzichte van de PD bij aanvang van de lening, dan dient de Allowance voor de Lifetime Expected Credit Loss (LT ECL) berekend te worden over de gehele resterende contractuele looptijd. IFRS stelt immers dat dan gekeken moet worden naar de ‘maximum contractual period’. (IFRS 9, 5.5.19)

De formule wordt dan:

Formule 3

Formule 3

PD forward curve bepalend voor 12M of LT ECL

Bij het vergelijken van de PD’s (om te bepalen of 12M ECL volstaat of dat LT ECL moet worden gehanteerd) dient tweemaal de PD op reporting date gebruikt te worden. Het vergelijk is dus tussen de default kans voor tijdstip t=0 ten tijde van origination en op het tijdstip t=0 zelf.

Dit veronderstelt dat de bank een PD forward curve kan opstellen en de historie van deze curve bewaart. Het commentaar van PwC (p.5) geeft terecht aan dat dit ‘operationally challenging’ is.

Ik zou hier wel aan toe willen voegen dat het opstellen van een PD forward curve ook terugkomt in de 12 maands ECL formule en in de LT ECL formule (de term PD(m|X(m))). Het is dus een integraal onderdeel van het ECL framework.

Het feit dat bij het bepalen van een significante verslechtering van de kredietwaardigheid alleen naar de PD wordt gekeken is onderdeel van IFRS 9 (art. 5.5.9):

At each reporting date, an entity shall assess whether the credit risk on a financial instrument has increased significantly since initial recognition. When making the assessment, an entity shall use the change in the risk of a default occurring over the expected life of the financial instrument instead of the change in the amount of expected credit losses.

Omschakeling 12M naar LT ECL

De omschakeling naar een LT ECL brengt de karakteristieke sprong met zich mee in de relatie tussen kredietwaardigheid en Allowance, zie onderstaande figuur.

Relatie tussen ECL en kredietwaardigheid (dual measurement model)

Relatie tussen ECL en kredietwaardigheid (dual measurement model)

Het overschakelen naar LT ECL kan een majeure impact hebben op de Allowance. Het geeft in feite weer dat de oorspronkelijk ingeschatte expected loss niet toereikend is. Wanneer de PD echter nog niet dermate is verslechterd ten opzichte van de geraamde PD bij aanvang van de lening, hoeft de LT ECL dus niet voorzien te worden.

Hier wordt soms de conclusie aan verbonden dat het terecht is dat, als de kredietkwaliteit nog niet significant verslechterd is, de balanswaarde niet wordt gecorrigeerd voor de LT ECL door middel van de Allowance. Dat is op zich correct, alleen hetzelfde argument geldt ook voor de 12M ECL. Het is dus merkwaardig dat, als er geen voortschrijdend inzicht is ten aanzien van de kredietwaardigheid, er toch een Allowance moet worden erkend. Er is namelijk op dat moment geen majeure verslechtering van het kredietrisico en het expected loss is ingeprijst in de effectieve rente. De balanswaarde van de lening (gross carrying amount minus Allowance) is dan dus iets geringer dan de fair value.

Dit is een merkwaardige uitkomst van het ECL model. Deze uitkomst vloeit echter wel direct voort uit de dual measurement aanpak, die inherent is aan IFRS 9 en waarbij, ook als er geen verslechtering van de kredietkwaliteit is opgetreden, er toch een Allowance erkend moet worden voor het 12 maands default risico.

Conclusie

Het IFRS ECL model dat nu ook geadopteerd is door het Basel Comité bevat een aantal goede elementen ten opzichte van het incurred loss model voor de voorzieningen. Verliezen worden eerder erkend door gebruik te maken van prospectieve default kansen.

Er wordt uitgegaan van toekomstige default kansen en cash shortfalls. Deze worden afhankelijk gesteld van macro variabelen. Dit wordt snel erg complex. Het is te overwegen gebruik te maken van continue functies zoals in deze paper gehanteerd.

Er worden twee modaliteiten onderscheiden namelijk een 12 maands ECL en een lifetime ECL. Het gebruik van PIT PD’s, cash shortfalls op basis van de contractuele kasstromen en de discontering met de effectieve rente levert naar mijn mening een coherent framework op.

Merkwaardig is wel dat wanneer de PD niet is verslechterd ten opzichte van aanvang van de lening (en dat zal in de meerderheid van de cases het geval zijn), er een Allowance wordt berekend die als gevolg heeft dat de balanswaarde van de lening lager is dan de fair value.

Bronnen

BCBS, Consultative Document, Guidance on accounting for expected credit losses, February 2015

EY, Impairment of financial instruments under IFRS 9, December 2014

IASB, IFRS, IFRS 9 Financial Instruments, July 2014

PWC, Practical guide to IFRS, Exposure draft on impairment of financial assets

Advertenties

Over Folpmers
Financial Risk Management consultant, manager van een FRM consulting department, bijzonder hoogleraar FRM

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s