Principe van risicosensitieve kapitaalsbuffer wordt ernstig ingeperkt met introductie capital floor

In het FD van vrijdag 13 maart 2015 betoogt president van De Nederlandsche Bank Klaas Knot dat eurolanden voor elkaar moeten bijspringen bij tegenwind. Tevens pleit hij ervoor dat banken voortaan bufferkapitaal moeten aanhouden tegenover staatsobligaties. Hij zegt daarover:

We doen nu ten onrechte alsof overheidspapier helemaal geen risico heeft. Als je bewust risico’s onderprijst, stimuleer je dat banken overmatig risico nemen.

Het is natuurlijk volkomen terecht dat de nul weging van staatsobligaties in de Standardized Approach wordt vervangen door een weging die het risico reflecteert. Knot is niet de enige die de nulweging wil afschaffen. En het Basel Comité heeft algemene nulgewichten voor staatsobligaties nooit gesuggereerd. In December 2013 gaf het Basel Comité aan dat:

It is sometimes asserted that the Basel capital framework prescribes a zero risk weight for bank exposures to sovereigns. This is incorrect. Basel II and Basel III call for minimum capital requirements commensurate with the underlying credit risk, in line with the objective of ensuring risk sensitivity.

In de Standardized Approach wordt een nulgewicht alleen voorschreven bij ratings van AAA tot AA-.

Principe van meer risico, dan meer kapitaal

Bijzonder aan de uitspraak van Knot is echter dat hij refereert aan een algemeen geldend principe: naarmate een exposure meer risico heeft, dient de bank er meer kapitaal voor aan te houden. Uiteraard geldt dit principe niet alleen voor staatsobligaties maar ook voor de andere (retail en corporate) exposures die een bank heeft. Dit principe impliceert dat de ongewogen leverage ratio dus een backstop is, een noodmaatregel, maar niet het primaire sturingsmiddel. Hij neemt hier afstand van voorstanders van een dominante leverage ratio zoals het sustainable finance lab (zie hun inbreng voor consultatie over systeembuffer, 2012) en de befaamde speech van Andrew Haldane, ‘The dog and the frisbee’ (Jackson Hole 2012).

In dat licht is het des te meer opmerkelijk dat het Basel Comité nu de Standardized Approach tot norm wil verheffen. In een recent (December 2014) consultative document stelt het comité voor om de Standardized Approach als ondergrens voor het vereiste kapitaal te gebruiken. Aangezien in normale omstandigheden de Internal Ratings Based (IRB) approach tot lagere RWA’s leidt, wordt in feite nu de Standardized Approach tot de norm verheven. Het gaat daarbij wel om de gereviseerde Standardized Approach. Deze revisie is op dezelfde datum verschenen.

Gereviseerde Standardized Approach, meer risicosensitief dan oude approach, maar veel minder dan IRB

Het gereviseerde framework is meer risico sensitief dan de oude (Basel II) Standardized Approach, maar uiteraard nog steeds veel minder risico sensitief dan de IRB benadering. Bij de IRB approach schatten banken zelf een PD model, vaak met behulp van logistische regressie. Met zo’n model worden defaults uit het verleden verklaard. Bij bijvoorbeeld woninghypotheken gebeurt dit aan de hand van factoren als betaalhistorie (ooit in achterstand geweest?, ooit in default geweest?, huidige achterstand), klantkenmerken (inkomen, leeftijd, burgerlijke staat), leningkenmerken, onderpandkenmerken en overige kenmerken (staat er iemand garant?).

De gereviseerde Standardized Approach staat hier nog altijd ver vandaan. Het RWA wordt uitsluitend bepaald aan de hand van 2 factoren, namelijk Loan-to-Value (het geleende bedrag gedeeld door de waarde van de woning) en de maandlasten als percentage van het netto inkomen (in de paper aangeduid als ‘Debt Service Coverage ratio’). Voor beide factoren geldt binnen de gereviseerde standardized approach: hoe hoger de ratio, hoe hoger het risico.

De risicogewichten voor de gereviseerde Standardized Approach voor woninghypotheken staan weergegeven in onderstaande figuur.

risk weights revised standardized approach for residential mortgages

risk weights revised standardized approach for residential mortgages

Een aantal zaken valt op.

Opvallend is dat de maandlasten als percentage van het netto inkomen worden aangeduid als de Debt Service Coverage. Er zijn twee regimes: als de maandlasten lager dan 35% zijn dan krijgt de desbetreffende lening een lager risicogewicht dan als de maandlasten hoger zijn dan 35% (bij gelijke Loan-to-Value). Opvallend is dat de Debt Service Coverage hier zodanig wordt gedefinieerd dat geldt: hoe hoger de ratio, hoe hoger het risico. Dat is niet de gebruikelijke definitie van de Debt Service Coverage ratio. Normaliter geeft deze ratio aan hoeveel keer de rente- en aflossingsverplichtingen uit de beschikbare inkomsten gehaald kunnen worden. Er geldt dus gebruikelijkerwijs bij de Debt Service Coverage ratio: hoe hoger, hoe minder risico. Dat is namelijk de essentie van een coverage ratio: het drukt uit in hoeverre het inkomen de verplichtingen of het risico afdekt.

Maar dit is nog puur een definitie kwestie. Serieuzer is dat de ratio maandlasten / inkomen in isolatie helemaal niet zoveel zegt. Belangrijk is immers ook het absolute niveau van het inkomen. Als dit hoog is (een paar keer modaal) dan zijn hogere ratio’s voor de maandlasten / inkomen niet meer zo heel problematisch. Dit punt wordt overigens ook door het Basel Comité onderkend (‘the level at which the DSC threshold ratio has been set might not be appropriate for all borrowers (eg high income)’). (p. 16)

Ook kun je je afvragen in hoeverre een ratio maanlasten / inkomen boven de 35% echt zo problematisch is als de leningnemer duidelijk kiest voor een aanwending van het inkomen voor de woning en niet voor alternatieve uitgaven (bijvoorbeeld luxe goederen). Deze discussie is ook opgekomen rond de Nibud hypotheeknormen 2015. Hoogleraar Peter Boelhouwer heeft daarbij de aangescherpte hypotheeknormen betiteld als ‘betuttelend’.

Maar het belangrijkste bezwaar is natuurlijk dat factoren die doorgaans heel goed voorspellend zijn in PD modellen voor woninghypotheken volkomen genegeerd worden, namelijk de factoren die gerelateerd zijn aan betaalhistorie.

Het kapitaalbeslag is natuurlijk voor een buitenstaander lastig na te rekenen als deze niet beschikt over deze betaalhistorie. Het is dus eigen aan de bancaire IRB modellen om de betaalhistorie mee nemen in het PD model.

Tot slot

Als banken straks gedwongen gaan worden om kapitaal aan te houden conform de gereviseerde standaard modellen zal de incentive niet meer zo hoog zijn om het default fenomeen zo goed mogelijk te verklaren en gedifferentieerd te managen. Doorgaans zal namelijk het RWA conform de gereviseerde standardized approach veel hoger zijn dan het RWA conform de interne modellen. Het laagste RWA in de gereviseerde Standardized Approach is 25% wat een fors niveau is voor een minimum. Zo heeft een hypotheek met een PD van 0,25% en een LGD van 25% een RWA van 12% in de IRB benadering.

En daarmee is het opleggen van de uitkomsten van de gereviseerde standardized approach als capital floor een slecht idee en niet te rijmen met het principe dat Klaas Knot aanhaalt in het kader van de nulweging van staatsobligaties. Het staat er zelfs loodrecht op.

Advertenties

Over Folpmers
Financial Risk Management consultant, manager van een FRM consulting department, bijzonder hoogleraar FRM

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s